Week 2

                                                Woensdag 9 juni 

Na onze nachtelijke escapades staan wij vandaag laat op en pas tegen elf uur gaan wij op weg naar Karasjok. We hebben ook alle tijd want doordat de route via de 17 een dag korter duurde en omdat we de wandeling naar Knivskjelodden vanwege het slechte weer laten voor wat die is, lopen wij opnieuw een dag in. Het tempo ligt dus niet al te hoog en onderweg is er ruimte genoeg om nog wat te experimenteren met de analoge Canon en wat rendieren. Wat mij opvalt is dat ik dit jaar erg veel kleintjes zie terwijl dat verleden jaar helemaal niet zo was. Het zijn lieve en aandoenlijke diertjes zoals alle jongvee. Die beesten zijn zo gewend aan mensen, of ze zijn gewoon dom, dat eentje het zelfs bestaat om haar jong te laten drinken terwijl zij midden op de weg staat.

Het droeve resultaat van dat onbegrensde vertrouwen in de mens daarvan zie ik wat verderop langs de kant liggen, een dood vrouwtje. Ook zijn de meeste nog in winterkleed en sommige zelfs nog spierwit, terwijl ze verleden jaar al bijna allemaal in hun nieuwe zomerconfectie liepen te pronken. Onderweg rij ik nog even
Honningsvåg binnen omdat ik dat plaatsje al een aantal keren heb bekeken via hun webcam aldaar. Het plaatje, een speelplaats met uitzicht op een straat, blijkt te kloppen. We rijden op ons gemak door naar Karasjok waar wij om een uur of vier aankomen. Meteen maar naar het openluchtmuseum. Een groot woord voor weinig, maar de filmvoorstelling over de Samen is erg aardig. De tweede keer zie je alles toch weer een beetje beter en zo werkt het nu ook.

Over het plaatsje valt niet veel meer te vertellen dan dat er zo`n 500 huizen staan voor 3000 zielen op 5500 vierkante kilometer. Die hebben allemaal een erg grote achtertuin. Om kwart voor vijf zijn we klaar en de laatste etappe voert ons langs de zuidkant van de Finnmarksvidda naar Kautokeino. Dit is `n totaal ander landschap dan wat wij tot nu toe gezien hebben. De luchten zijn hetzelfde maar het landschap is vlakker omdat het een hoogvlakte is met hier en daar nog het topje van een berg. Grotendeels toendra met veel berken en plassen of meren. Het lijkt misschien saai maar het heeft z`n eigen charme.

De weg tussen Karasjok en Kautokeino ligt er verlaten bij en blijft dat eigenlijk ook. Slechts af en toe een tegenligger. Bijna 100 km. in je eentje over de weg, waar vind je dat nog? Kautokeino is zoiets als de hoofdstad voor de Samen waarvan er hier ook veel wonen. Af en toe zie je nog iemand in klederdracht maar dat is een uitzondering net zoals je bij ons geen verklede Volendammers e.d. meer ziet. Hier op de camping staat o.a. een “tipi” zo`n typische tent die ze vroeger veel gebruikten. Ik zeg tipi omdat iedereen dan wel weet dat het hier over een tent  gaat in de vorm van een wigwam.

De camping wordt gerund door Oma en dat is een Samische dame die alleen Samisch, Fins en Oud Noors spreekt. Dat is niet gek natuurlijk, drietalig, maar haar zeer blonde kleindochter neemt het maar over in het Engels. Hier en daar is de boel wat verveloos, maar we gebruiken vandaag vanwege het mooie en rustige weer de bus met de aangebouwde “Tipi”. De hap bestaat vandaag uit notenrijst met hachee waar ook twee gebakken uien met knoflook en doperwten in gaan. Het toetje bestaat uit een blikje ananas en daar doen we het wel weer mee. De koffie om bijna negen uur gaat er ook lekker in met een sneetje rozijnenkoek. We komen dus niets tekort. Morgen moeten we een beetje bijtijds uit ons mandje want de dag voert ons weer naar Narvik als het even kan en dat is een stevige afstand van zo`n 800 km. Ik ben benieuwd of dat haalbaar is. We zullen zien.    
                  "JA ECHT NIET!!!!!!!!!!!"

                                                            Donderdag 10 juni 

Die laatste kreet is van maatje  Sonja Wijsneus maar die wist op dat moment nog niet dat ik mij enigszins vergist had in het aantal kilometers. Het zouden er slechts 520 zijn en dat is natuurlijk een peulenschilletje. Van vorig jaar wist ik nog dat vooral het gedeelte van Kautokeino naar Noord Zweden even leeg en gemakkelijk te rijden is als het laatste gedeelte van gisteren. Op het oog een eentonig landschap waar je gemakkelijk 110 km/u aan kunt houden. Na de gebruikelijke plichtplegingen zaten wij reeds om kwart voor acht in het zadel en gaven de Peugeot de sporen.
Opnieuw werden wij verrast met de aanblik van een vos. Hij rende over de weg en bleef in de berm staan kijken tot die herriemakers voorbij waren. Hij of zij oogde wat kleiner dan de eerste twee waaruit ik meen te kunnen concluderen dat het hier een jonkie voor het eerst op eigen benen betrof. Het landschap toont hier hetzelfde beeld als gisteren dus. Veel berkenstruiken, boompjes en het loopt hier nog niet erg uit. Alles lijkt soms wel zwart alsof het verbrand is. Veel stroompjes, beken, plassen, riviertjes en meren en soms een heuvel. Dan verlaten wij de 93 bij Palojoensuu en draaien rechtsaf de E8 op  die wij wat verderop linksaf slaand verruilen voor de 45. Op dit punt rijd je meteen Zweden binnen. We kunnen weer gas geven want hier mogen we 110 km/u, alleen de wegen zijn hier niet echt goed. Toch zijn de 128 km. snel onder de wielen door en bij Svappavaara gaan we rechtsaf de E-10 op naar Kiruna.

Na Kiruna komt een prachtig stuk Zweden met het Torneträskmeer en in de verte de besneeuwde bergen die tot bijna 2000 meter reiken. Hoe dichter bij Noorwegen hoe hoger je komt en zo rond de grens liggen de meren bijna helemaal dicht. De tegenstellingen in de flora zijn groot. In Finland nog nauwelijks uitbottend, in Zweden tot Kiruna steeds verder groen en daarna weer door hoogte en kou kale bomen en struiken.

Het eiland Hinnøya dat vóór de Vesterålen ligt is weer bijna zomers groen en ook de temperatuur daar is heerlijk aangenaam. Het zijn bijna vier seizoenen binnen 24 uur als je de regen, natte sneeuw en kou van de Noordkaap als herfst zou rekenen. Onderweg naar Narvik kom ik nog een gedeelte tegen waar veel keien van allerlei formaat bijna achteloos door het landschap geslingerd zijn. Als rechtgeaarde keienkop kan ik daar natuurlijk niet aan voorbij gaan en maak wat plaatjes. Tot mijn grote verwondering meen ik een soort fossiele schelpen te hebben gevonden die op elkaar liggen. Ze hebben dezelfde kleur als de steen of rots waar zij in vast lijken te liggen. Ik zet ze op de plaat en raak ze voorzichtig aan. Blijkt het een stapeltje koffiefilters te zijn!! Maar okay, ook op de foto lijken ze net echt.

In Bjerkvik
doen we nog wat inkopen en schrikken van de prijs voor een flesje water. “Slechts” Nok 9,= voor 0,5 liter echt Noors bronwater. We drinken wel water uit de kraan. Uiteindelijk komen we terecht op een camping in Gullesfjordbotn. Hier blijken zo`n 25 Nederlandse combinaties te staan die meedoen met een ANWB reis. De meesten zijn vandaag op audiëntie bij de walvissen en zullen de boodschap achterlaten dat wij morgen pas komen. Dat verneem ik als ik het Whale centrum bel. We kunnen om 15.30 meevaren. De camping heeft wat je kunt noemen hotelfaciliteiten. Prachtig sanitair waar alles aanwezig is en de douches zijn deze keer gratis.
Het is niet te volgen. Soms betaal je Nok 350 voor een simpele hytte met minimale voorzieningen of Nok 160 voor een eenvoudige camping waar je ook nog Nok 10 voor een warme straal water op je rug moet betalen. Hier is voor Nok 120 verder alles gratis. Het geheel op de camping zelf verkeert ook in uitstekende staat. De plek is ook prachtig. Een bergstroom waar een meertje naast ligt en het geheel omringd door besneeuwde bergen. De zon schijnt en ik neem een uurtje of twee met alleen de korte broek aan een zonnebad. Wat een enorme tegenstelling met verleden jaar toen ik op de motor de slechtst mogelijke omstandigheden had. Daardoor heb ik niet gezien in wat voor een prachtig gebied ik heb gereden. Ik ben blij dat ik dit nu wel goed heb kunnen bekijken. De foto`s vertellen dit verhaal veel beter dan mijn woorden dat kunnen. De hap was voor de tweede keer nasi goreng uit een blikkie. Opgevrolijkt met pindasaus waaraan ik gebakken uien en knoflook heb toegevoegd. Een flinke kwak sambal en wat soja doen de rest. Het laatste zakje kroepoek dragen wij ook ten grave en dan is er koffie. Het is nu bijna half tien, de zon schijnt wel maar er staat zo`n besneeuwde reus in de weg dus het wordt wat kouder, zeg maar gerust steenkoud. Tijd om de koffer op te zoeken. Morgen gaan we op ons gemak naar Andenes om een paar andere reuzen op te zoeken. We zullen zien.

                                                   Vrijdag 11 juni 

We staan redelijk vroeg op. Het is rond half acht als ik de gigantische puinhoop achter de auto zie. Een of meerdere eksters hebben zich vergrepen aan de afvalzak die wij dicht aan de trekhaak hadden laten hangen. Zelfs het koffiefilter ligt meters verder. Nou ja, de boel opgeruimd en dat was weer een cursus voor niets. We gaan eerst maar eens onze billen soppen. In de wasruimte beslaat mijn bril onmiddellijk door de daar al hangende damp. Nederlanders staan vroeg op dus het is vol.
                                                             
BAH!!!
Als ik een opmerking maak over die damp krijg ik antwoord van een oude man die in zeer bekakt Haags opmerkt dat de faciliteiten “aanvaerdbaer” zijn. Ik vind die werkelijk voortreffelijk want het zou in een hotel niet misstaan. Ik antwoord dat het er maar aan ligt wat je tegen komt onderweg in de rest van Europa en dat in vergelijking dáármee dit toch wel erg goed is.
Het Haagse Hopje vindt dat dat een “quaestie van smaeck” is.
Bijna flap ik eruit dat alles beter is dan Auswitsch, maar dat slik ik op tijd in. Naar mijn mening kan hij dan maar beter in het Carlton gaan zitten, geef ik nog terug en draai mij om naar de spiegel om de kwal verder maar in zijn sop gaer te laten keuken. Hij blijkt deel uit te maken van de groep ANWB reizigers. Als die model staan voor een goede smaak dan moeten zij zich toch gaan schamen. Na hun bestorming van de douches is het daar een grote modderbende want niemand heeft de moeite genomen even de trekker te hanteren zoals hier gebruikelijk is. Ik kan de aanvechting om een emmer water door de ruimte te gooien en de boel even op te ruimen op tijd onderdrukken. Ik heb blijkbaar geen smaak dus dan moet ik dat ook maar niet doen.


Na het vullen van de watertank gaan wij om negen uur op pad naar Andenes. Onderweg heb ik nog bijna een botsing want ik vergis mij deerlijk in de afstand en de kromming van de weg. Er bleek een hele vrachtwagen achter de bomen en struiken te rijden en die had ik niet gezien. Ik kan op tijd vóór de auto die ik inhaalde terug naar rechts, maar het scheelde weinig. Nergens voor nodig allemaal want we hebben tijd zat.
Om elf uur zijn we al in Andenes en wij boeken alvast in. Om half vier begint een rondje door het museum met een uitleg over de tocht en de dieren die wij gaan zien. We doden de tijd door een rondje te lopen door het plaatsje en vóór het boekingskantoor kunnen wij heerlijk in de zon zitten. Alles zit mee, want het is mooi en rustig weer zodat zeeziek worden niet in de lijn der verwachtingen ligt. Bij het begin van de museumronde wordt ons echter vriendelijk doch dringend verzocht een pilletje hiertegen in te nemen. Resultaat is een vorm van dufheid die maakt dat ik de helft van de diashow niet zie en ik ben niet de enige. Maar okay, om vijf uur is de afvaart en de vraag rijst waarom je zo vroeg al ter plekke moet zijn. Het loopt allemaal uit op een grote teleurstelling.

Na een minuut of twintig varen gaat er iets stuk en moeten wij op minimum toeren terug naar de haven. Iets met de gear, de koppeling?, en we kunnen ons geld terughalen bij het kantoor. Het blijkt dat er één schip juist terug is van reparatie en omdat deze nu kapot is, weet men niet of er morgen wel een tocht mogelijk is. Bovendien wordt Nok 50,=  ingehouden voor de museumtoer waar ik erg boos van wordt.
De dame is echter onverzettelijk en zegt dat de baas daar opdracht toe heeft gegeven. Deze is natuurlijk in geen velden of wegen te bekennen. Mijn opmerking dat ik niet voor zo`n nice boss zou willen werken stuit ook af op haar granieten natuur. Ik zeg haar dit als een Never Come Back Line te beschouwen en ik ga wenend heen. Er gaat nog een Duitser verhaal halen, maar ik geef hem weinig kans en wacht dat ook niet af. Dit betekent een lelijke streep door de rekening. Géén wandeling naar Knivskjelodden en nu ook al geen wallevissen?
 
Er is een mogelijkheid in Stø om het opnieuw te proberen. Via de kustweg gaan wij terug naar de 82 en vlak voor Maurnes vinden wij een kleine camping. De witte kater is er de baas maar zijn bazin is erg vriendelijk en via het internet duikt zij informatie over Stø op. Ook stuurt zij een mailtje om op voorhand alvast te boeken. De tocht zal om elf uur beginnen en ik schat in dat wij dan minstens om tien uur daar moeten zijn. Het is bijna anderhalf uur rijden, dat betekent dat wij uiterlijk om half negen weg moeten. We vullen onze maag met een paar gebakken eieren met ham, ui en de onvermijdelijke knoflook. Rest nog te melden dat de Vesterålen ook weer een eigen gezicht vertonen. Veel vlakke dalen tussen steile pieken die niet al te hoog zijn. In de dalen onbehandelbare grond met veel poelen en meertjes. Bij het naar buiten varen missen wij nog even de vlucht van een vliegende deur, een visarend, die wordt opgejaagd of weggejaagd door een paar meeuwen. Als ik hem in het oog krijg, is het al te laat voor een plaat en mijn andere helft is de verrekijker vergeten dus die piest ook een beetje naast de pot. Morgen zullen we zien of het in Stø wél gaat lukken.

                                                      Zaterdag 12 juni 

Na enig zoeken blijkt dat wij op een camping (een groot woord voor twee hytter en twee veldjes voor maximaal vier tenten of caravans) staan aan de 83 op  Hinnøya tussen Roksøy en Maurnes. Vandaar blijkt het in een Hollands en derhalve te hoog tempo toch vijf kwartier rijden. Onderweg stoppen we om even te bellen naar het boekingskantoor. Door de man aldaar wordt ons gezegd dat het nog helemaal niet zeker is dat wij gaan varen. Er zijn nog niet genoeg deelnemers en dat is opnieuw een onaangename verrassing. Als wij aankomen, staan er pas vijf mensen inclusief onszelf op de lijst. Dat is te weinig want ze varen pas uit met minimaal acht personen. Op mijn vraag wat ze doen als het er zeven zijn, wordt volgehouden dat er dan niet gevaren wordt. Als ik opper dat ik dan die achtste wel zal betalen, blijkt dat er dan wél gevaren kan worden. Ik zeg toe dat dan te doen.

Het blijkt niet nodig want er melden zich nog een paar klanten uit Nederland en België, zodat we uiteindelijk met elf mensen weggaan. We gingen eerst af op een vuurtoreneiland waar duizenden papegaaiduikers huizen, duizenden meeuwen, honderden Cormorans een soort aalscholvers, zeeleeuwen en vooral een aantal vliegende deuren in de vorm van
witstaart zeearenden. Die krijgen we ook allemaal te zien hoewel de afstand eigenlijk wat groot is. Bij thuiskomst moet nog blijken wat de rolfilmpjes op gaan leveren wat betreft opnamen met de telelens. Net na het passeren van dit eiland steekt midden op zee nog een zeeleeuw zijn eigenwijze koppie boven de golven uit. Een aardig gezicht. Het weer begint te verslechteren en in de verte is de voorkant van een regenfront te zien.

Het eerste slachtoffer van zeeziekte is al gevallen. Het is de Belgische dame die groen en geel van ellende haar reis uit zal moeten zitten. Zij zal zich nog een keer of dertig binnenstebuiten keren. Ook Erik de Hollander gaat verderop voor de bijl en zijn vrouw volgt als wij op de terugweg zijn.
Wij hebben gelukkig nergens last van, integendeel zelfs. Ik heb een onstilbare trek en samen met nog wat onzichtbare rovers eten wij de aanwezige koek en biscuit op. De koffiepot wordt ook regelmatig gefrequenteerd. Allengs worden de golven hoger en als wij op de plaats des onheils, waar een walvis zich meldt, zijn aangeland, blijkt de kapitein eigenlijk terug te willen. Het weder wordt te slecht. Wij kunnen de potvis maar moeilijk onderscheiden bij deze deining, laat staan dat je er een fatsoenlijke foto van kunt maken. Alleen na de waarschuwing dat hij of zij gaat duiken, zien wij een typische walvissenstaart tot ziens zwaaien. Het blijkt nu dat het hier ene Moby Dick betreft een mannetje dat hier regelmatig wordt gesignaleerd.
De eveneens aanwezige boot van Andenes is al uit het zicht verdwenen als onze kapitein zijn Eleonor de sporen geeft. Hij wil naar huis want het wordt echt te bar. Even nog wordt een tweede of wellicht dezelfde walvis gezien maar mij ontgaat dat helaas. We kunnen niet meer op de voorplecht blijven want binnen de kortste keren ben je drijfnat. Zelfs een verblijf op het achterdek is geen garantie voor droge kleren. Alleen het lage achterdek biedt de mogelijkheid om buiten te staan.

Het schip moet nu tegen de golven en de deining in terug en dat gaat een stuk langzamer dan op de heenweg. Het steigert als de beste tegen de golven op en Madame gaat nog eens over haar nek. Mijnheer de Belg is naar buiten gevlucht, hij kan de ellende niet langer aanzien. Om de feestvreugde te verhogen gaat de rest aan de vissoep met brood. Een zeer smakelijk hapje dat er wel in gaat. Ook in de keuken en het rommelhok gaat er het een en ander tegen de vlakte maar een kniesoor die daar op let. Zo wordt het nog een wilde rit naar de haven waarbij het ook nog behoorlijk regent. Pas tegen het einde als wij weer terug zijn bij het vuurtoreneiland wordt het iets kalmer en begint de zon weer een beetje te schijnen. Als wij van boord gaan is iedereen meteen weer beter en de regen is definitief verdwenen. Hoewel wij maar één wallevis hebben gezien, vind ik het toch de moeite waard geweest. Al was het maar vanwege het hevige zeetje dat wij geheel gratis kregen aangeboden. Als extra verrassing kregen wij ook nog een certificaat waaruit blijkt dat wij ter plekke zijn geweest en nu behoren tot het gilde van de Whale Watchers. Wij schreven nog een stukje in het gjestebok en dankten de kapitein en onze Spaanse Maria, een biologe die hier haar studie hoopt af te ronden.
Ruim na half zeven waren wij weer aan de wal en konden wij op zoek naar een onderkomen voor de nacht.

Dat vonden wij uiteindelijk in Kråkberget aan het Møklandsfjord
, niet bij name genoemd op onze kaart. Het blijkt een splinternieuwe camping. De vorige blijkt al tweemaal afgebrand en dit jaar is men weer opnieuw begonnen. Dit nog niet wetende, is de prijs voor een hytte naar ons gevoel aan de hoge kant. Nok 500,= maar
dan wel met toalet en dusj. Ik ga er toch maar mee akkoord want ik heb geen zin verder te zoeken of mijn tentje op te zetten of in de bus te logeren. Het huisje is ook splintertje nieuw en is van alle gemakken voorzien. Ook de keuken is volledig geëquipeerd. Een kleurentelevisie die geen beeld geeft behalve sneeuw en een soundblaster zijn voor die centen ons deel, dat is voorwaar geen kattenpis.

De dag was feitelijk geheel gewijd aan het zeegebeuren en zodoende valt er weinig meer te melden dan dat we onderweg nog een zeearend konden knippen die eigenwijs op een grote rots zat. Bij het wegvliegen nam hij de voor ons onzichtbare kant. Alsof hij het wist, de kloot. De nieuwe hytte hebben wij ingewijd met een verse bak spaghetti met een heuse schep echte Parmezaanse kaas erop. Alleen de wijn ontbrak maar die hebben we vervangen voor een bak koffie met een goede en stevige afdronk. De komende twee dagen kunnen wij naar hartelust rond dwalen over het restant van de Vesterålen en de Lofoten. De overtocht naar Bodø is op maandag om 16.15 uur en die rit hebben we al gereserveerd. Rest ons nu om 23.10 uur de boel wat op te ruimen, een douche te nemen en onze moede leden te ruste te leggen. Morgen zien we verder.

                                              Zondag 13 juni

Vanmorgen hebben we kalmaan gedaan en pas om een uur of tien zijn we verder getrokken. We hebben geen haast want morgenmiddag is pas de overtocht naar Bodø. We besluiten eerst om een rondje te maken over het eiland waar wij nu zijn, Langøya. We volgen hoofdzakelijk de 820 en bij Straumsnes maak ik de eerste plaatjes van de dag. Het is even een puzzel om van deze landtong af te komen maar dat lukt dan toch bij Sortland.
Daar passeert juist een grote ferry de brug die Langøya verbindt met Hinnøya. Het is de verbinding tussen de Sortlandsundet en de Gavifjorden. Die brug gaan wij niet over want we moeten naar het zuiden via de E-10.
Bij Skagen is de brug naar Storkmarknes dat op het eiland Hadseløya ligt. Een prachtige constructie die in een boog naar Sandnes draait. Ik maak er wat foto`s van met de oude Canon die zien we dus pas na de vakantie. Het weer is redelijk, enigszins bewolkt terwijl het vannacht af en toe onbehoorlijk regende. Gaandeweg wordt het allemaal wat minder en aan het einde van de dag staat er een harde wind en regent het ook flink.

We zijn dan op een camping en zitten hoog en droog in de kjøkken te eten en nu dus het dagelijkse stukkie te tikken. De reis gaat verder naar Melbu waar wij de boot moeten nemen naar Fiskebol. Het is een tamelijk groot schip maar de invloed van de open zee is hier duidelijk merkbaar want door de slome deining wanen wij ons weer een beetje op de Leonore van gisteren. We zijn nu op het eiland Austvagøy. Meteen bij Fiskebol draaien we scherp naar rechts om de kustweg aan de noordzijde te volgen. Geen verkeerde keuze zoals blijkt. Na een kleine kilometer houdt het asfalt op en begint een onverharde weg van aangereden klei o.i.d. De Lofoten zien er nog minder bewoond uit dan de Vesterålen. De aanwezige bebouwing ligt ook meer verspreid. Kort bij Hadselsand zien wij een koppeltje zeearenden hoog boven ons cirkelen. Ik neem een paar foto`s maar de computer zal er aan te pas moeten komen om daar wat van te maken, denk ik. Het eiland biedt ook weinig beschutting want de harde natuur lijkt geen uitgebreide begroeiing toe te laten.
Landbouw vindt ook niet op grote schaal plaats. Slechts een paar honderd vierkante meter in de buurt van het huis lijkt hier het maximum. We rijden langzaam, hooguit dertig kilometer per uur. Het is weer een totaal ander landschap dat wij rustig aan ons voorbij laten trekken. Verkeer is er nauwelijks. We blijven deze weg volgen en komen uiteindelijk weer op de E-10 terecht. We bekijken een camping bij Kabelvåg maar die staat ons niet aan (teveel Teutonen) en omdat ik al had betaald, moet ik even de knaken terugvragen. Ergens tussen Kabelvåg en Rörvik komen wij opnieuw een camping tegen en daar zijn wij nu. Hij lijkt tamelijk uitgestorven maar tussen zeven en acht komt men uit alle hoeken en gaten om de afwas in de kjøkken te doen. Ook hier blijkt het aantal Teutonen weer imposant maar ze zijn deze keer niet echt hinderlijk. Tenminste totdat het fussbal anfangt want dan zijn het toch weer lastige kereltjes. Laat maar want een Duitser blijft gewoon dumm!!
|
We hebben niet veel kilometers gemaakt vandaag maar dat was ook niet nodig. Morgen kunnen we in hetzelfde tempo over het restant van de Lofoten naar Moskenes rijden. Hier en daar is er ruimte genoeg om de E-10 te verlaten en wat rond te toeren. We kunnen gerust zeggen dat we morgen het grootste deel van deze
 eilandengroepen hebben gezien Het enige wat nog ontbreekt, is de aanblik van Mijnheer Elk oftewel een eland. Maar dat kan nog wel want we hebben nog genoeg tijd.

                     
Maandag 14 juni 

Vannacht heeft het hevig gestormd en ook hard geregend. De bus werd regelmatig heen en weer geschud en ook lijkt het alsof hij lekt ergens halverwege de dakrand. Voorlopig hou ik het maar op condens want vanwege het weder moet alles wel dicht blijven.
We maken thee en ontbijt in de kjøkken want bij de bus valt niet te werken. Om een uur of tien gaan we weg. Even is er twijfel of we wel met de boot naar Bodø zullen gaan want gezien de storm zal er wel een flinke deining staan. Het weer is nu echter veel minder onstuimig en ik heb geen zin om achthonderd kilometer of daaromtrent om te rijden naar Bodø. We kunnen rustig aan doen en dat doen we dan ook. Via de E-10 zijn we al snel op het volgende eiland, Vestagøy. Regelmatig stoppen we om een plaatje te schieten want ondanks het donkere regenachtige weer ziet het er hier indrukwekkend uit. Misschien juist wel vanwege dit weer. Op de mooiste punten kun je lang niet altijd stoppen dus dat betekent dat je de auto uit moet en dan een stuk terug moet lopen om dat ene plaatje te schieten. Bij Leknes nemen we even een pauze nadat wij de plaatselijke Coöp hebben geplunderd. Ook de bank wordt bestormd maar dat levert niet het gewenste succes op. Verder gaat het van dorp naar dorp en bij Sakisrøy bij Hamøy doemt een aardige vislucht op. Van verrotte vis wel te verstaan. Daar lijkt het sterk op maar de kabeljauw hangt hier alleen maar te drogen tot stokvis. Hier kun je de mooiste plaatjes maken zoals je ze ook vindt in de reisgidsen over de Lofoten.

Wat valt er nog te zeggen over het natuurschoon? Dat het niet in woorden is te vangen? Dat je er zelf naar toe moet om het in al zijn gedaanten en verschijningen te ondergaan. Dat is misschien wel het beste woord, je moet het ondergaan en beleven om te weten waar iemand over spreekt die er ook is geweest. Uiteindelijk staan wij voor de pont bij Moskenes en we zijn natuurlijk veel te vroeg. Maar dat geeft niet want dan kan ik intussen deze regels typen, terwijl de zon een poging doet om door het wolkendek te breken. Het lijkt erop dat hem dat vandaag wel zal lukken. De zee is ook vrij kalm en na onze walvisvaart weten wij dat wij niet zeeziek zullen worden.










We zijn nog geen twee weken onderweg, om precies te zijn is dit onze dertiende reisdag en ik heb al ontzettend veel meer gezien dan verleden jaar. Met de auto en twee chauffeurs heb je veel meer tijd om rustig om je heen te kijken dan in je eentje op de motor. Zo kan het dus gebeuren dat de een ineens die visarend ziet die de ander als chauffeur aan zijn of haar neus voorbij moet laten gaan.
Zo ook vanmorgen toen een grote groep meeuwen plotseling nogal onstuimig tekeer ging op de plaats waar wij waren gestopt om wat plaatjes te schieten. De reden bleek zo`n grote jongen die zich weinig aantrok van het gekrakeel om hem heen en rustig doorzweefde richting bergen. 
Het is een indrukwekkend schouwspel dat zich helaas meestal te ver van je vandaan afspeelt, maar het blijft een mooi gezicht. Vanmorgen hadden we nog een noodstop vanwege een (zee)otter die verdwaald leek op onze weg. Het beestje kwam onder de voorbumper met de schrik vrij en huppelde wat verdwaasd het gras naast de weg in op zoek naar water.

Nu is er ook even tijd om wat overdenkingen weg te schrijven die anders ook maar ergens in een hoekje van je hoofd blijven liggen. Eentje ervan heb ik hier en daar al belicht en dat is het verkeer. Dat gaat over het algemeen zeer beschaafd zijn gang. Vrijwel niemand rijdt te hard en daar is eigenlijk ook geen reden toe. Naast de hoge boetes is, naar ik inschat, het levenstempo aanzienlijk minder gehaast dan bij ons.
Alles gaat op het gemak en rustig ook in de winkels of op andere plaatsen waar wat meer mensen bij elkaar zijn. En waarom zou ik mij haasten als ik na een paar dagen al niet meer weet wat voor dag het is en hoe laat? Want je wordt behoorlijk in de maling genomen met het licht. Je zit bij wijze van spreken nog ru
stig achter het stuur als het al elf uur `s avonds is en als je door zou rijden tot zes uur `s morgens dan zou je in het licht geen verschil bemerken. Is het dan ochtend of is het dan avond?

Met andere woorden je eigen levensritme gaat ook op de schop en het is puur onthaasten wat je doet om er maar eens een modernisme tegenaan te gooien. Dan de bus. Het was in totaal een aardig idee met die verhoogde vloer maar feitelijk is hij voor twee personen niet echt geschikt. Vooral bij slecht weer als je geen gebruik kunt maken van het scherm is het tobben. Je instelling maakt dat je er niet mee zit,maar toch. Voor één persoon zou het goed voldoen want dan heb je een beetje de ruimte. Het enige hiaat is een sanitaire voorziening maar dat komt ook omdat ik geen gebruik wil maken van een PortaPotti. Overigens kun je in heel Scandinavië op de pot langs de wegen dus dat hoeft ook geen probleem te zijn.

Een volgende overweging is natuurlijk het prijsniveau en de vele pontveren die ook aardig wat duiten opslokken. Het enige is dat je wat handig om moet gaan met je eten door voldoende kant en klaar maaltijden mee te nemen. De temperatuur in deze tijd van het jaar staat ook wel toe dat je fruit mee kunt nemen want het blijft allemaal lekker koel. De brandstofprijzen zijn hoog. De diesel kost hier omgerekend ongeveer twee gulden twintig per liter en dat is veel. Het rijtempo drukt dat weer enigszins want het gemiddelde verbruik ligt zo`n 20% lager. Hoezo nog haast in Nederland?
Verder kun je zeggen dat door de komst van de Euro het verschil met Scandinavië niet zo heel groot meer is. Daarbij komt dat elke vakantie geld kost en als dat niet past, moet je gewoon thuisblijven.
Ook het weer is een factor die meetelt. Het kan hier in juni aardig warm zijn zoals wij hebben gemerkt en het kan van de ene dag op de andere totaal anders zijn. Dat zal alles te maken hebben met het feit dat je je meestal tussen de bergen en de zee bevindt. Ook hiervoor geldt dat je je gewoon moet schikken in wat er gebeurt. Klagen heeft geen zin, dan kun je óók beter thuisblijven.

Dan is er nog een belangrijk verschil met vele andere landen in Europa, Nederland zeker niet uitgesloten en dat is het feit dat Scandinavië schoon is en schoon wordt gehouden. Het voorbeeld van de ANWB-reizigers laat zien waarom dit zo opvalt. Iedereen die een hut huurt, een dusj gebruikt of in de natuur kampeert, houdt de boel schoon en opgeruimd. Dat is een ijzeren regel die bijna door iedereen wordt gerespecteerd. Bijna dus!!
Tijdens onze rit door Noord Finland en noord Zweden over een afstand van vele kilometers plukjes van vier middelbare scholieren helemaal in the middle of nowhere de boel waar nodig op liepen te ruimen. Veel ligt er al niet dus dit vond ik een prachtig voorbeeld van hoe het zou kunnen of moeten. Heeft u in Nederland wel eens bewust rond u gekeken bij een stoplicht nadat u van de snelweg bent gegaan? Weet u hoeveel brandende peuken ik als motorrijder langs heb zien vliegen? Hoeveel asbakken er op parkeerterreinen liggen? U kunt dit naar hartelust aanvullen.

Wat voor mij Noorwegen speciaal maakt is het samenspel van licht, lucht, wolken en de het hele decor van het landschap. Achter elke bocht schuilt weer een nieuwe verrassende aanblik, achter elke dreigende bui schittert de zon en dat doet hij ook in elk meer of elke rivier. Het is een voortdurende schoonheidswedstrijd langs de weg die je gaat. Je zit in je cabine en kijkt als de regisseur van een natuurfilm door je voorruit naar dat steeds weer fascinerende land. Aan mij gevraagd na alles wat ik heb ervaren in en over Italië, in welk land ik zou willen verblijven, dan weet ik het niet. Het lijkt mij het beste om `s zomers in Scandinavië, lees Noorwegen, te verblijven en `s winters in Italië.
Een enkele keer zou ik het juist andersom doen want Noorwegen in de winter lijkt mij ook fantastisch om eens mee te maken. Intussen is het half vier en over drie kwartier is het vertrek. Stoppen dus maar even met dit verslag, als we ergens op een camping zijn aangeland aan de overzijde ga ik weer verder.


De overtocht is een redelijk spectaculair gebeuren. Er staat een flinke deining en voor zo`n groot schip is de invloed hiervan toch vrij behoorlijk. De eerste kotszakjes worden alras gevuld en de grootste lawaaimakers, een groepje Fransen, is spoedig met zichzelve doende. Lekker rustig dus. Regelmatig gaat degene die na de storm van de afgelopen nacht niet wenste te varen naar het bovendek om op het ritme van de deining een disco’tje te dansen. Rare mensen toch, vrouwen. Tis lekker kicken daarboven, is de uitdrukking.
Tussen de diverse kotsende lieden gaan wij rustig aan de broodjes met zalm, ei en garnalen. Wij hebben nergens last van, zelfs niet van de zure lucht waarvoor de Franse reisdragonder hare neusje dichtknijpt. Dit houdt ze niet lang vol want bij de volgende slinger heeft ze alles nodig om niet om te lazeren.
Zo vermaken wij ons prima, alleen met het weder wil het niet ernstig vlotten naarmate wij verder van de Lofotense kust raken, raken wij van de regen in de drup. Naast het feit dat het schip regelmatig met de neus in de golven duikt, laat Pluvius zijn toorn op ons los.

Het wordt almaar grijzer en een horizon is nauwelijks te ontwaren. Onder de deining krijg ik van lieverlede toch de neiging om mij in de armen van Morpheus te nestelen en het samenspel van Pluvius en Aeolus maar te laten voor wat het is. De overtocht begon om half vijf en rond de klok van acht uur zijn wij in de haven van
Bodø.
We rijden van de pont en laten de Saltstraumen opnieuw voor wat die is. Het is bar en boos met het weer en we koersen richting Fauske over de 80.  Daar vinden wij een camping die ons nog wel een hutje wil verhuren. Voor Nok 270,= zijn we boven Jan en beschikken over een minimale voorziening van 3x3 meter, een koelkast en een elektrische tweepitter die wij tijdelijk even als verwarmingselement gebruiken. Voorlopig is dit alles beter dan kramperen bij de bus. Morgen zal de zon wellicht schijnen, toch??

                                                                                                Dinsdag 15 juni 

Nou, die zon schijnt wel maar dan achter de wolken. Ik heb geslapen als een dood paard maar het heeft nog behoorlijk gestormd en geregend. Ook vanmorgen is het nog een koude en natte kledderboel. De dusj na het opstaan slaan wij deze keer maar over want voor dat je terug bent, ben je weer doornat. We smijten alles in de bus en om tien uur rijden we weg. Dat het regent is niet zo erg want het is weer een echte rijdag om van het ene gebied in het andere te komen.
Vanaf Fauske rij je zo`n beetje het smalste deel van Noorwegen en ons doel is Trondheim. Vandaar gaan we de E-39 op naar
Ålesund om het vogeleiland Runde te bekijken. Maar zo ver zijn we nog niet. We gaan naar het zuiden en dat zo`n 750 kilometer. Dan is de kans op wat droger weer des te groter denk ik. Dat blijkt gelukkig te kloppen. Hoe verder wij komen hoe groter wordt het gaatje dat een blauw stukje hemel laat zien. Uiteindelijk zit ik nu om 22.45 uur naar een blauwe lucht te kijken terwijl de ene was draait en de andere droogt. Het begon een beetje te stinken in de bus dus dan moet je wat doen, nietwaar?

Onderweg heb ik nog wat schone plaatjes kunnen schieten van één van de zeer vele grotere en kleinere watervallen. Na de regen van de afgelopen twee dagen willen die, gevoegd
bij het vele smeltwater,
wel stromen. Ergens op een heuvel meende ik onder het rijden een eland te ontwaren op een grote open plek tussen het geboomte.
Helaas konden wij niet stoppen op die plaats en terug rijden om het geval met de verrekijker te bekijken, leek mij geen zin te hebben. Het zou nog de donkere vlek van een ontwortelde boom geweest kunnen zijn maar ik weet bijna zeker dat dit niet zo was.
Zoals ik ergens wel eerder zal hebben opgemerkt, is dit afgelopen jaar een regelrecht pechjaar geweest en ook nu sloeg het pech- of pestduiveltje weer toe. Tijdens een inhaalmanoeuvre langs een stuk of zeven auto`s klapte bij de vijfde mijn gaspedaal op de grond. Een gebroken gaskabel tijdens zo`n truc is natuurlijk knap gevaarlijk en waarom nou net op zo`n delicaat moment? Je houdt het toch niet voor mogelijk!!

Ik liet de bus tussen de auto`s zakken en zette de knipperlichten aan. De rest zal zich hebben afgevraagd wat die stomme Hollander aan het doen was, maar dat was mij knakworst oftewel pølser!
De eerstvolgende plek waar ik de bijna uitgereden bus kwijt kon, was ook nog eens aan de linkerkant maar gelukkig waren er geen tegenliggers en de rest van de kudde wachtte rustig achter mij af wat ik ging doen. Toch wel aardig al die collegae automobilisten. De kap open en ja hoor, precies bij de overbrenging afgebroken. Net zoals bij de afgeknapte uitlaat kwam ook hier weer de ervaring uit het arremoeitijdperk weer goed van pas. Ik kan mij nog de Peugeot (ook al een Peugeot) 403 herinneren waar ik het probleem met een touwtje oploste. Dit had ik ergens onder het dashboard naar binnen gewurmd en zo kon ik met de hand gas geven. Met enige kunstgrepen, een boutje, een moer en twee brede ringen kon ik de boel bij deze versie aan elkaar prutsen en we konden weer rijden.
Zojuist heb ik gezien dat alles nog op z`n plek zit. Morgen zal ik even bij een fietsenzaak langs moeten om een of twee eindstoppen voor een kabel op te duiken dan zit het wat zekerder.

Na de provisorische reparatie togen wij weder op pad en een kilometer of veertig vóór Trondheim vonden wij een aardige en beschut liggende camping aan de E-6. Hier vonden we ook de noodzakelijk was- en droogmachine die nu hun werk doen. Ons maal bestond weer uit pasta met tonijn en dit verveelt eigenlijk nooit. Voor de rest valt er over deze dag weinig te melden of het moet de  passage van de Poolcirkel zijn.

Op de hoogvlakte van de Saltfjellet gelegen en daar lag nog redelijk wat sneeuw. Deze keer heb ik ook de kleine tentoonstelling bekeken en die was best de moeite waard met o.a. een levensgrote opgezette ijsbeer en eland. Ook allerlei andere dieren waaronder natuurlijk mijnheer de zeearend en nog wat andere kornuiten onder de vliegende rovers. Hier kon ik het ook niet laten om een leuke Trol voor Simone te kopen en voor mijzelve een sticker voor op de auto. Het wachten is nu op de was en we moeten nog een plan voor de dag van morgen maken.  






 

 

 

 

                                                                                      
                 Vorige                                                                                              
Volgende
                                                                               terug naar boven
 

               Noordkaap 2004
 




 

 

                          



 


Mijn Foto`s Natuur
Mijn Foto`s Molens
Mijn Foto`s Landen
Mijn Foto`s Steden
Mijn Foto`s Vogels
Mijn Foto`s Macro
Mijn Foto`s Paddenstoelen

Noordkaap 2003
Noordkaap 2004
Noorwegen 2006
Runde (N) 2011
Sicilië 2004-10pag.
Sicilië 2009
Gibraltar 2006
Dolomieten 2005
Italië 2002
San Juan 2007
Spanje 1997
PortugalZes Romereizen


 










Home
Motoren
FJR 1300a
De Zwerfbus
De Fotografie
Alblasserwaard
De Biesbosch
Garmin GPS
De Reus
Fotocollages
Raffinaderij
Korte Trips
Nuttige Links
CONTACT


                                                                                                Week 1Week 2Week 3Week 4Week 5