Week 3

                                           Woensdag 16 juni 

Dat plan wordt in belangrijke mate beïnvloed door het weer. Het is nog even duister en nat als de afgelopen twee dagen. Ik laat het oorspronkelijke idee om naar het vogeleiland Runde te gaan voor wat het is en we besluiten om richting Trollstigveien te gaan. De E-39 is een lastige weg waar je regelmatig niet harder kunt rijden dan 60 á 70 km/u. Wij vertrekken om tien over negen na het opruimen van de was. Even lijkt er in de verte wat licht door de wolken te prikken maar dat is slechts schijn(sel). Al deze regen heeft toch weer een groot voordeel. Noorwegen verandert dan in één grote partij watervallen. Overal stroomt van de bergen een gigantische hoeveelheid water en overal vormen zich kleine en grote watervallen.

Bovendien geeft de donkere lucht met af en toe wat lichte partijen een prachtige belichting zodat opnieuw gezegd kan worden dat slecht weer ook goede kanten heeft áls je het maar wil zien. Onderweg zien wij nog een reebok die ietwat schichtig over een net geschoren weide huppelt. We knorren op het gemak door richting
Molde waar wij kort ervóór af moeten slaan naar de 64 die ons richting Åndelsnes zal voeren. Gezien het tijdstip besluiten wij om naar de camping te gaan waar ik verleden jaar een paar dagen moest blijven vanwege de motorpech. Om een uur of vier komen wij zodoende op de Korsbakken Camping aan en er is helemaal niemand. De baas komt met de auto van de boerderij verderop en geeft ons de sleutel á Nok 300,= van hytte no.8. Er is hier niets veranderd. Hij (Bengt) herinnert zich mij nog wel en zegt dat als zijn vrouw Rosalie het hoort zij zeker even komt kijken. We zetten eerst koffie maar ik heb nog last van de koffie bij de laatste pont en ik stel voor even naar Åndelsnes zelf te gaan om te proberen een eindstop voor de gaskabel te kopen en even geld te tappen. De eindstop zit er niet in en ik neem genoegen met een plastic zekeringhouder waar ook zoiets in zit. In een boekwinkel duik ik een goed kaartenboek á la Michelin op van Noorwegen. De Cappelenskart no.14. Het blijft maar regenen.

Van de vrouw van de m
onteur hoor ik dat de Trollstigveien
vanmorgen dicht was vanwege de sneeuw! Of dat nu nog zo is, weet zij niet en ik besluit om die kant maar op te rijden om te zien hoe die vlag erbij hangt. De weg blijkt open en we gaan naar boven. Stel dat het morgen weer zo is, weet ik natuurlijk niet of het zo blijft. Als we nu naar boven gaan dan hebben we dit alvast in de knip. In de aanloop naar de helling moeten we om een paar koetjes heen rijden. Gaandeweg blijkt de sneeuw voor een magnifiek schouwspel te zorgen. Vanaf zo`n 300 meter wordt de laag steeds dikker en eenmaal boven sta ik met de bus naast een sneeuwwal die meer dan twee meter dik is. Het uitzicht vanaf de uitkijkpost bovenaan de weg is geweldig. De weg zelf is vrij kort geleden geasfalteerd en omdat hij nat is, blijkt hij later op de foto`s prachtig af te steken in het landschap. Vanwege het late tijdstip, bijna 19.00 uur, is er vrijwel geen verkeer en daardoor is het mogelijk om op onmogelijke plaatsen te stoppen en plaatjes te knippen.

We keren rond half negen terug en gaan aan de koffie die nog warm stond te wezen in de thermoskan. Deze keer hadden wij een echte Hollandse prak. Gebakken aardappels met worteltjes en doperwten begeleid door rundvlees uit blik. Daarbij nog een dotje appel-abrikozencompote en het feest was weer compleet. Tijdens het opruimen kwam Rosalie met haar dochter Lillykwanni (Indiase naam) even buurten. Dat werd dus meteen koffie en een uurtje later hadden we besloten om de volgende dag naar de honden en de schapen te komen kijken. Waarbij dus ook het jonge grut waaronder puppies van een Mastino Napolitano.

Vooruitlopend op dit bezoek denk ik dat we ook wel een knaagje zullen krijgen, althans ik hoop dat we een typisch Noorse avondmaaltijd mee mogen maken. Omdat we hiermee eigenlijk een dag laten liggen en derhalve een nacht extra hier moeten overnachten, kregen wij die meteen gratis aangeboden van Rosalie. En wie kan dan nog weigeren? Net als verleden jaar kwamen ook de helderziende gave van haarzelf en haar kinderen aan de orde. Daarbij zou volgens haar ook in onze familie uit vroeger tijden deze gave voorkomen. Dat moeten we dan maar eens napluizen. Blijkbaar moet Sonja ook die gave van het “zien aan de andere kant” hebben, wat bewezen zou moeten worden door haar handlijnen. Gewoon een leuk mens dus. Intussen is het al twee uur droog en ik hoop dat dit morgen ook zo zal zijn.

                                                                   Donderdag 17 juni

 








Inderdaad is het bij het opstaan net na zeven uur droog. De lucht ziet er grijs uit maar dat is gelukkig slechts schijn. Al vóór negen uur zijn wij op weg omdat we hebben beloofd dat wij om half drie terug zouden zijn bij Rosalie. Dat zou nog tegenvallen. We gaan weer over de Trollstigveien en dankzij het vroege tijdstip is het nog zeer rustig. De lucht is redelijk open en wolkenflarden bezorgen de bergen snorren en baarden, opnieuw een prachtig gezicht en ik kan het niet laten er plaatjes van te schieten. Over de top rijden we een bar sneeuwlandschap in waar de zon de zaak prachtig belicht. Je zou bijna sneeuwblind worden.














We vallen omlaag richting Valldal en onderweg stop ik bij een zeer fraaie waterval die ik verleden jaar ook al op de kiek heb gezet. Nu neem ik daar wat meer de tijd voor. In Valldal gaan we even toaletteren en drinken een bakkie koffie. Dan gaan wij door naar Geiranger. Daarvoor moeten wij de pont naar Eidsdal nemen maar evenals verleden jaar rij ik daar vrolijk aan voorbij zodat ik opnieuw op mijn schreden terug dien te keren. Maar dan gaan we toch de goeie kant op.
Het weder wordt steeds beter en de temperatuur stijgt. Uit de wind in het zonnetje kan zelfs de trui uit. Opnieuw slaat het pechduiveltje toe. Deze keer schiet de bevestiging van de gaskabel los terwijl ik net een tunnel binnen ben gereden. Kan het nog gekker?? Waarom niet thuis of gewoon op de weg of net op de camping of voor de deur van een garage?? Nee!! Gewoon in een half donkere tunnel.

Dat betekent dus de alarmlichten aan en in de eerste versnelling op stationair naar boven sukkelen. Nee!! De weg liep niet naar beneden maar juist omhoog. Gelukkig sukkelt de Peugeot op z`n gemak de helling op en de tunnel uit. Een Nederlander die wij op de laatste pont even spraken, is zo vriendelijk om te stoppen om te vragen of hij kan helpen. Dat hoeft dus niet. Ik plaats meteen maar de twee kabelklemmetjes uit de zekeringhouder die ik voor dat doel even heb gekraakt. Dat lukt allemaal uitstekend en snel, want ik wil de pont van 12.30 uur over de Geiranger halen. Voordat ik het motordeksel dichtdoe, wijst mijn maat mij op olie die op het motorblok ligt. Tot mijn grote schrik lijkt het alsof één van de verstuivers lekt.
Ook dat nog!! Gelukkig blijkt later bij de garage in Åndelsnes dat het de kleppendekselpakking is die lekt. Morgen moeten wij om acht uur terugkomen, dan zullen ze die vastzetten. Zoiets kán gebeuren na zo`n grote reparatie van vóór de vakantie toen de kop is gelicht etc.
Ik laat voor dat moment de lekkage voor wat die is want het lekt slechts minimaal en we vliegen naar beneden waar de pont wacht. We zijn gelukkig op tijd. Het uitzicht naar de Geirangerfjord en de tocht met de boot erover zijn weer grandioos. De foto`s moeten dat maar laten zien. In het begin kan ik nog in mijn T-shirtje op het dek vertoeven zulk lekker weer is het, maar
eenmaal op de fjord moet toch de trui weer aan. Iemand voert de meevliegende meeuwen uit de hand













en dat lukt ook bij ons. Enige aardige plaatjes zijn hiervan het gevolg. Op het smalste deel laten de pont zelf en een ander schip even wat klaroenstoten op hun toeters horen en dat klinkt geweldig met een prachtige echo. Het is inmiddels al over tweeën en dat wordt dus een latertje voor Rosalie. We moeten kiezen tussen de terugweg over de Trollstigveien of via de 650 en de E-136. Daarbij moeten we in Stranda ook nog eens een ferry nemen naar Liabygda. We proberen haar te bellen maar dat lukt pas bij de Turist Information in Valldal omdat het nummer op de rekening van de camping niet meer klopt. Uiteindelijk komen wij pas om half vijf bij haar aan. Daarvóór ben ik ook nog bij de garage in Åndelsnes geweest om de reparatie te regelen. We worden hartelijk begroet en het blijkt nu dat ze al twee uur met taart zit te wachten. Daarvoor schaam ik mij wel een beetje maar het zat tenslotte wat tegen. Die taart is vanwege de conformatie van Joachim haar zoon. Dat is een soort van bevestiging van de doopbelofte rond je zestiende jaar.

Tijdens de taart en de koffie worden een voor een wat honden binnengelaten. De Mastino als eerste en daarna worden wij belaagd door enige zeer enthousiaste jonge honden waarvan ik het merk en type niet ken. Dan nog een typisch Noorse hond, een Elkehund die dus elanden kan vinden. Dat is een prachtig beest. Daarna worden we meegetroond naar de schapen en de lammetjes en mijn maat krijgt een lammetje ter grootte van een half schaap in de armen gedrukt. Die bezwijkt bijna onder de last en zal het verdere leven op krukken verder moeten vanwege een gebroken ruggetje. Binnen hangt een grote kop van een hert met gewei, een jachttrofee van Bengt.
Jammer van het beest maar jagen mag en zij eten het vlees dus dat moet kunnen. Hierna nemen wij afscheid en gaan onze hap bereiden. Deze keer witte en wilde rijst met goulash en extra rundvlees. Dat zal er wel ingaan want we benne moe. Dat is natuurlijk niet zo gek.
We hebben tot nu iedere dag een gevuld programma en je moet in dit land erg veel rijden als je je tot de highlights beperkt en niet voor drie weken op één en dezelfde plek gaat staan. Zodoende hebben wij al meer dan 7000 kilometer gereden en hoewel dat niet als een inspanning wordt ervaren in dit werkelijk prachtige land, ben je natuurlijk behoorlijk aan het werk..Morgen moeten we derhalve vroeg uit de veren want Mijnheer André Peugeot wacht. Ik denk dat we voor negen uur wel klaar zijn en dan gaan we naar Runde om te kijken met wat voor vreemde vogels wij kennis kunnen maken. Ik hoop dat het weder dan net zo mooi is als vandaag en dat het dan ook pas om een uur of half negen gaat regenen net zoals nu het geval is.
We zullen zien.

                                                                          Vrijdag 18 juni

We staan bijtijds op en om precies acht uur stop ik voor de Peugeot garage. Inderdaad is het 20 minuten werk om de boutjes van het deksel aan te draaien en we kunnen weer verder. Voor iets meer dan Nok 200,= ben ik geholpen. Over de rit naar Runde kan ik kort zijn want daar valt niet veel over te vertellen. Gewone provinciale wegen zeg maar en soms enig gepuzzel omdat de bewegwijzering soms niet helemaal logisch is voor ons. Maar uiteindelijk rijden wij over de laatste brug naar het eiland Runde. Een smalle, mooi gebogen brug die overgaat in een even smalle aangelegde dijkweg. Je kunt elkaar hier niet passeren en zodoende zitten er hier en daar wat uitwijkhavens.
Net na de brug loopt ons opnieuw een zeeotter voor de wielen maar gelukkig niet zo dichtbij als de vorige. Hij steekt slechts over om niet om te hoeven zwemmen onder de brug door. We scharrelen naar de camping en worden ontvangen door een onverstoorbaar overkomende campingbaas. Hij woont hier al zijn hele leven en kent intussen zijn pappenheimers wel.
Hij biedt ons een beschut plekje als het ware in zijn eigen tuin. Ik vraag hem meteen naar de vaartocht naar de broedplaatsen die wordt aangeboden. Voor Nok 150,= p.p. kan die tocht, na even een telefoontje te hebben gepleegd met de schipper van de “Aquila” , om half twee plaatsvinden. We nemen een medelandster mee die ons daarom vraagt. Het wordt een fantastische tocht mede door  schipper Peter. Hij vertelt met veel enthousiasme over het eiland en zijn gevleugelde bewoners. Steeds komt hij zo dicht mogelijk bij de plaatsen waar de verschillende soorten zitten. Het is eigenlijk een verzameling van verschillende kolonies. Op de ene plek zitten vele duizenden Papegaaiduikers, op een andere de Alken, of de zwarte Zeekoeten, of de verschillende soorten Meeuwen, of de Jan van Genten, of de Stormvogels, of de Aalscholvers en Cormorans en als klap op de vuurpijl worden wij ook nog verrast door een viertal zeearenden. Je kijkt je ogen uit.













Het is een prachtige tocht en het bootje gaat ook nog eens stevig tekeer door de deining. Vanwege de harde wind varen wij ook niet om de noordzijde maar gaan van de haven naar de vuurtoren en weer terug. Hierna gaan wij even naar Fosnavåg omdat wij geen muntjes meer hebben.
Ook moeten we wat inkopen doen en als wij daar zijn lopen wij ook nog tegen een soort braderie op waarbij het hoofdthema de maritieme zaak is.

Ik kan het niet laten om een bordje Rømmegrøt te nemen. Het is uiteindelijk een typisch Noorse hap en het smaakte erg goed. Een soort yoghurt maar dan romig en niet zuur. Daarop een scheut pure gesmolten boter, wat kaneel met suiker en een handje rozijnen. Als je dat op hebt, kun je er weer even tegen. Na terugkomst duiken wij nog even in de boeken want volgens de baas hoef je pas om half negen de helling te gaan beklimmen om van bovenaf naar het gevogelte te kijken. Die helling is erg stijl en ik zie verschrikkelijk af om boven te komen. Maar eenmaal boven zijn de uitzichten meer dan geweldig. Vele duizenden vogels van de genoemde soorten kun je van bovenaf bekijken. De papegaaiduikers zijn tot op twee meter te benaderen. Daarvoor klimmen wij wel een eind naar beneden op een punt waar dit redelijk gaat. Wie boven blijft, ziet veel minder. Ook de zeearenden laten zich zien hoewel opnieuw de afstand vrij groot blijft.

De papegaaiduikers zijn erg fotogeniek en ik ben benieuwd wat de diarolletjes op gaan leveren. Intussen heb ik er daar ook al zes van volgeschoten, dus dat zijn plm. 250 plaatjes en in de laptop staan inmiddels 777 foto`s. Dat zijn er dan al meer dan duizend. Dat wordt nog een hoop werk thuis. Om half elf gaan wij weer naar beneden en nu om twaalf uur sluit ik dit verhaal af want er moet ook nog ges
lapen worden. Eerlijkheidshalve moet ik hier vertellen dat sommige plaatjes zijn gejat van het internet. Door een crash van de harde schijf was ik veel materiaal kwijt en moest het op die manier aanvullen.
Deze papegaaiduiker hoort daar bij. Oet moan zal ik maar zeggen en dat is vrijwel hetzelfde in het Noors als in het Fries.
          

                                                                     
  Zaterdag 19 juni
 

Tot onze verrassing worden we pas tegen half tien wakker. Zo gek is dat natuurlijk niet na de inspanning van gisteren gevoegd bij het late tijdstip waarop Klaas Vaak langs kwam. We ontbijten op ons gemak want we hebben de hele dag de tijd, zelfs tot elf uur `s avonds als het moet. Om tien over elf hebben wij de stoute schoenen aan en gaan op weg. Was het gisteren al zwaar, vandaag is het zo mogelijk nog moeilijker.
Tot aan de splitsing gaat het nog want dat ken ik inmiddels en ik doe het iets rustiger dan gisteren.
Dan komt er even een wat minder steil gedeelte en dan begint het feest. Het wordt nu erg steil en ik moet regelmatig even een pauze nemen om bij te komen. Zelfs moet ik halverwege even gaan zitten om de horlepiep die in mijn borstkas wordt gedanst tot rust te laten komen. Naast de harde wind is er nog een factor die het lopen en klimmen moeilijk maakt en dat is de bodem. De berg is verrassend nat en soppig. Overal liggen vlonders en balkjes om de natste stukken te kunnen overbruggen. Je zou zeggen dat het water na een paar dagen droog weer en zo`n harde wind wel een beetje weg is. Het komt een beetje over als nat veen en die zachte ondergrond loopt niet makkelijk.

Daarbij komt dat mensen om die natte stukken heen gaan lopen en zo hun eigen pad maken. Dat leidt er dan toe dat er van pol naar pol wordt  gestapt en zo ontstaat er een soort trap waarvan de treden nogal hoog zijn. Bijgevolg moet je dus je benen ver optrekken en jezelf omhoog duwen met je onderstel. De schokdempers van dat onderstel krijgen het bij de afdaling dan weer zwaar te verduren. Het is wonderlijk om mensen met totaal ongeschikt en dus doorweekt schoeisel te zien lopen en zelfs zien wij twee malloten die in korte broek en T-shirt over de berg lopen. Als we boven zijn kunnen we naar de vuurtoren, maar halverwege gaat het er naar uitzien dat je dan een eind naar beneden moet en later, om de rest van de tocht te doen, weer helemaal omhoog moet. Daar zie ik geen brood in, laat dus de vuurtoren voor wat die is en we gaan verder naar het hoogste punt. Dat wordt nog veel steiler en het wordt nu echt afzien. Maar de gedachte dat ik dan verder alleen nog maar naar beneden hoef is troostrijk. Ik ga dus stug door.

Eenmaal boven heb je overal een magnifiek uitzicht over de steile kliffen, de zee, de inhammen en de diverse vogelkolonies. Er staat weliswaar een straffe koude wind maar regelmatig ga je wat naar beneden en loop je wat beschut achter een bult in het landschap. Ook kun je op diverse punten achter de rotsen duiken om van het uitzicht te genieten. Op een bepaald punt zaten wij als vorsten op de top van een loodsteile klif geheel uit de wind in het zonnetje en je hoeft hiervoor niet naar Spanje. Tijdens onze tocht over de kliffen zagen wij diverse malen de grote adelaars. Soms werden zij aangevallen door een of meerdere meeuwen maar meestal gaan zij onverstoorbaar huns weegs. Het is een prachtig gezicht zeker als je zo hoog zit dat je ze van bovenaf ziet. Op het laatste moeilijk te belopen, het is meer klimmen en klauteren, gedeelte zijn wij ook een tijdje gaan zitten om die grote jongens te bekijken. Op dat punt zat er een zestal, vermoedelijk drie koppeltjes. Vlak onder ons waren een paar nesten van papegaaiduikers en nu was duidelijk te zien dat zij jongen moesten hebben.
Met iedere vlucht kwamen ze terug met een bek vol kleine visjes in de maat van een sardine. Een mooi gezicht en ik hoop dat de foto`s van de analoge camera goede beelden op zullen leveren. De digitale is toch niet altijd even zuiver, maar dat zal wel aan de fotograaf z`n niet zo vaste hand liggen. Pas om een uur of vijf gingen wij weer terug en toen liet zich ook de honger wel voelen.
Wij waren weg gegaan met twee appels en een flesje water, wat eigenlijk te weinig is. Het is al gauw een kilometer of acht tot tien die je door moeilijk terrein af moet leggen en dat kost natuurlijk energie.
Bij terugkomst dus maar een grote pot pasta met zalm en dille gemaakt met een hele komkommer en tomaten als Italiaanse salade. Zo kunnen we er weer even tegen. Op de terugweg worden wij nog verrast door de vliegshow van een paar roofmeeuwen. Ook een indrukwekkende vogel met fantastische vliegcapaciteiten die zij inzetten om vogels als de Jan van Gent te belagen zodat die hun gevangen prooi loslaten. Ook zag ik zo`n schooier wegvliegen met een ei in z`n bek, alles wat van hun gading is wordt gepakt.
 
Het is nu acht uur `s avonds en Duitsland heeft net een wanprestatie geleverd door 0-0  te spelen tegen Letland. Het kabaal was hier in de kjøkken af en toe niet van de lucht tot ik vroeg of ik voor een van de heren wellicht 1-1-2 moest bellen. Als blikken konden doden had ik deze regels niet kunnen schrijven. Op de berg kwamen wij weer één van die voorbeelden tegen waarom een domme Duitser een pleonasme is. Deze had zijn mountainbike mee naar boven genomen en hoe hij dat heeft geflikt is mij een raadsel. Hij moet over een zeer goede conditie hebben beschikt. Wat je hier met een fiets moet is mij geheel en al onduidelijk maar toch nam hij de gelegenheid te baat op een wat vlak gedeelte. Daarvan heb ik zelf maar een kiekje gemaakt. Verder was het een erg aardige kerel en een paar keer heb ik hem met zijn eigen toestel gekiekt. Hij was ook erg enthousiast over het eiland en zoiets maakt veel goed. Wat ons betreft zit het er hier weer op.
Morgen trekken wij verder in de richting van Lom en de Sognefjell. Over dit eiland kan ik zeggen dat ik hier wel zou willen en kunnen wonen en leven. Het is ontzettend rustig en de bevolking is ook zeer relaxt. Het is hier fantastisch mooi op een eigen wat ruwe manier. Ik denk ook dat het hier in de herfst met de nodige stormen behoorlijk kan spoken getuige bepaalde omgewaaide stukken bos op de hellingen.

                                                                     Zondag 20 juni 

In tegenstelling tot gisteren ben ik vroeg wakker al om kwart over vijf gaan de luiken voorzichtig open en ik gluur naar mijn horloge. Vervolgens doe ik de luiken weer dicht en hou ze dicht tot kwart voor zeven. Dan vlot aan de slag en om tien over acht zitten wij al in het zadel. Het is prachtig helder weer tot wij de bocht na de camping voorbij zijn. Daar is een prachtige mist aanwezig. Niet hinderlijk maar zo hier en daar geeft het een mooie sfeer. We passeren de brug tussen Runde en de rest van de wereld voor de laatste keer voorlopig en gaan op zoek naar de 61 die ons naar Årvik moet brengen waar de pont wacht. Nou die wacht niet op ons want wij moeten op hem wachten. Het is zondagmorgen en net na negen uur komt hij net van de overkant.

Volgens de kapitein is het tijd voor “schoon schip”. En de matrozen gaan aan de slag met emmers, bezems en slangen. Het karwei duurt tot de volgende vertrektijd en die is om kwart voor tien. Dat schiet tenminste op. Na de oversteek tuffen wij naar Haugen aan de Nordfjord en draaien linksaf de 1
5 op. Die Nordfjord gaat over in de Eidsfjord en splitst op dat punt naar links en heet dan Utfjord.
Volgens een ruwe berekening steekt die zeearm zo`n 75 kilometer het land in.
Wat je noemt een zeearmpje.
Het voorlopige doel is Stryn. Vandaar is het nog een kilometer of twintig tot de afslag naar de 258 die uiteindelijk bij Grotli weer terugkomt op de 15. Daar begint bij Videdalen de Strynefjell en die loopt dus tot Grotli. Dit zie ik toevallig op de kaart onderweg en het blijkt een schitterend stukje Noorwegen. Er ligt volop sneeuw, er zijn tal van watervallen en er wordt geskied. Bij het skicentrum is uiteraard ook een kabelbaan/skilift die naar het hoogste deel voert. Na het skicentrum houdt de gewone weg op en rijden we over onverharde weg. De sneeuwstokken zijn hier een meter of vier lang dus het laat zich raden hoe het er hier `s winters uit moet zien. Ook nu nog ligt een groot meer nog bijna helemaal dicht en ziet eruit als een sneeuwvlakte. Net buiten ons gezichtsveld en bereik  liggen er een paar kleinere gletsjers die we laten voor wat ze zijn.
 
Morgen wacht tenslotte de Jostedals- of anders de Nigardsbreen. Rond de klok van drie zijn we in Lom en draaien nu de 55 op om via de Sognefjell naar Gaupne en vervolgens naar de camping in Nigard te karren. Ook deze weg voldoet geheel aan de verwachtingen. Het gaat vanuit het al geheel groene dal na Lom van lieverlede over in de nog geheel kale en besneeuwde fjell.
Er zijn watervallen (uiteraard) en prachtige vergezichten met de altijd aanwezige wolkenpartijen fabuleus verlicht door de zon. Ook hier wordt geskied. Het was bedoeld als een rijdag om Nigard te bereiken en dat werd het ook mede door de vele stops om foto`s te maken. Om een uur of zes zijn we op de kampong, dat is een uurtje of tien rijden en iets meer dan 500 kilometer verder. Dat is geen kattenpis en dat voel je dan ook. We maken kwartier en na het bekijken van de foto`s op de laptop ga ik koken.

Wat heet koken! Uien hakken, knoflook snijden twee hamburgers erbij als de uien bijna bruin zijn. Dan een pak droogmaaltijd, rijst op
z`n Mexicaans, even gaarkoken. Vervolgens een potje doperwten met worteltjes erdoor en het diner kan beginnen. Als bijgerecht tomatensalade op z`n Italiaans en een pot appel- abrikozencompote als toetje. Wie doet ons wat in het hoge Noorden? Mijn enige zorg is eventueel het weder voor morgen. Volgens een stelletje Hollandse jongelieden zou het morgen slecht weder worden, maar voorlopig ziet het daar nu nog niet naar uit. Het is nu kwart voor negen. Mijn verhaal voor vandaag is klaar, tot morgen. Oh ja, ik hoorde net dat wij met 3-2 van die Tsjechen hebben verloren!! Als ik het niet dacht!! Wat een stelletje knuppels!!

                                                                         Maandag 21 juni 

Het slechte weer dreigde vannacht aan te breken want toen ik om een uur of vier even wakker was, regende het zachtjes op de auto. Blijkbaar slechts een druiltje maar toch. Na op het gemak te hebben ontbeten etc. gingen wij te voet op weg naar het Informatiecentrum dat bij de Nigardsbreen hoort. Daar kwamen wij om kwart over tien aan. Na o.a. een Troll voor Gerda te hebben gekocht plus de kaartjes voor de wandeling was het eigenlijk tijd om op te krassen richting de Nigardsbreen. Vanaf de camping is het nog een uur lopen tot de boot die ons bij de voet van de gletsjer af moet zetten.
We dreutelden nog wat door het museum en toen bood de jongedame achter de balie aan om speciaal voor ons de film te starten over de gletsjer. Prachtige film maar daardoor moesten we met de bus naar de hut van de gidsen. Achteraf was dat eigenlijk niet nodig want de afstand bedroeg slechts 2,9 kilometer. Intussen was wel duidelijk dat het slechte weder niet zou komen, het werd steeds mooier en uiteindelijk zouden wij op de gletsjer uit de wind een zonnebad hebben kunnen nemen.

Bij de hut namen we een stel klimijzers en een ijsbijl in ontvangst en gingen om half een met Marius onze gids op weg. Met een kleine boot werden wij overgevaren en zeker niet tot de voet van de ijsrivier.
We moesten eerst nog een stevig stukje lopen voordat we daar waren. Het tempo was pittig, althans voor mij. De anderen leken nergens last van te hebben en een Engelsman en een Amerikaan liepen honderduit te kwebbelen alsof het hen geen lucht kostte. Vooral de Amerikaan vertoonde die typische, nergens op stoelende superioriteit die hen eigen is. Wat niet uit Amerika komt, kán gewoon niet goed zijn. Daar had ik het even over met een ander koppeltje Medelanders en ik voorspelde hun dat die Amerikaan de eerste zou zijn die op z`n kont zou gaan. Helaas voor hem klopte dat en in zijn korte duikeling nam hij het Hollandse blondje mee. Het waren onderweg ook de twee grootste mutsen die het angstigst handelden bij wat moeilijke passages. Doch dit alles terzijde. Onderaan de ijsberg deden wij de klimijzers onder en wij werden aan elkaar geknoopt zoals je dat wel eens bij documentaires etc. ziet. Nu waren wij zelf slachtoffer.
 
Ik had aan Marius, die studeert voor arts, kenbaar gemaakt wat mijn probleem was en hij bepaalde dat ik direct achter hem zou lopen, zodat ik aan kon geven wanneer het nodig zou zijn om even te stoppen. Dat viel door het lage tempo behoorlijk mee. Het was even wennen aan de klimijzers en soms was er wel een moeilijkheidje om overheen te komen, maar het klimmen viel erg mee.
Overal zag je smeltwater wegstromen en soms hoorde je het alleen maar in de diepte gorgelen. Prachtige wilde vormen in het smeltende ijs, diepe kloven en ook wel te brede waar we dan omheen moesten lopen.
Op een zeker punt konden we niet verder omdat de passages te moeilijk en te gevaarlijk werden. Zelf heb ik geen moeite om meer risico`s te nemen maar je bent niet alleen. Onderweg heb ik nog redelijk wat foto`s kunnen maken die hun eigen taal spreken. Na nog een kort stukje in de breedte en lopend langs een rivier van smeltwater was het tijd om weer af te dalen.

Toen bleek opnieuw dat ik veel meer spieren heb dan ik dacht en op onverwachte plaatsen. Je hebt met die ijzers een grote grip op het ijs dat uit grote brokkelige kristallen lijkt te bestaan en je kunt daardoor behoorlijk steile stukken nemen. Dat betekent natuurlijk een totaal andere belasting op je onderstel dan gewoonlijk. Dat uit zich dan in spierpijn en een grote vermoeidheid aan het einde van de trip. We waren rond half een de gletsjer op gegaan en een uur of vier later waren we weer terug.
Ik kan niet anders zeggen dan dat het een geweldige ervaring was die de moeite en de vermoeidheid meer dan waard waren.
Na twee dagen op Runde met twee keer een steile klim, de lange rit hier naar toe en deze dag maakt dat wij morgen een rustdag inlassen.
Lekker uitslapen en een dagje lekker niksen. Dat hebben we wel verdiend en het is ook nodig om een beetje bij te komen.

We hebben er nu al dik acht duizend kilometers opzitten en we hebben aardig wat ondernomen. Tot nu toe een geweldige zwerftocht die nog minimaal één highlight in petto heeft en dat is de Lysefjord met de Preikestolem. Zover is het nog niet want eerst komen nog de Sognefjord, de Jotunheimen en de Hardangervidda.
Die laatste drie zullen we hoofdzakelijk door de autoruiten zien, wel met de nodige “uitstapjes” natuurlijk, want je kunt slechts langs de randen ervan rijden. De Gebieden als Jotunheimen en de Hardangervidda moet je eigenlijk te voet of per fiets doen en daar zijn wij nu niet op ingericht.
Na de koffie begonnen wij om half zeven aan de kokerij. Deze keer rijst met kip en kerrie waarbij de kip grotendeels bestond uit Duitse ingeblikte kalkoen. Een prima stuk vlees dat herhaalde inkoop verdient. Uiteraard weer de gebruikelijke uien, knoflook, de diverse kruiderijen en een tomatensalade a la casa. Daarbij de laatste pot appel- abrikozencompote en de dag kan niet meer stuk. Hierna de vaat en opnieuw de koffie. Nu zitten we allebei te pennen, de een werkelijk met de pen en ik op deze knoppendoos. Morgen dus een rustdag, ik ben benieuwd hoelang de rust zal duren.

                                                                       Dinsdag 22 juni

“It`s just one of those days”, zeggen ze dan in Engeland. Gisteren heeft La Sonja haar knie verdraaid bij het laatste deel van de gletsjerwandeling terwijl wij al weer op gewone grond liepen en vannacht was het tranen met tuiten van de pijn. Daarbij regende het ook nog dus het was weer eens een natte boel.
Ik moest nog even ons afdak wat losser zetten want er lag een kuub of drie water op het dak en de poten dreigden onder dit geweld te bezwijken. Lezer dezes begrijpt natuurlijk dat ik enigszins chargeer. Dat was om half drie en ergens richting dag heb ik nog een dieseltje horen starten maar voor de rest was het ál bewusteloosheid wat de klok sloeg en die sloeg om tien over negen toen ik de luiken opende.
Van een rustdag zou al geen sprake meer zijn want in middels was het plan uitgebroed om Glitterheim in de Jotunheimen met een bezoek te vereren. In de morgen viel er nog een drupje maar al snel kwam de zon zijn opwachting maken om ons te verwarmen. Ik besloot eerst naar Luster te gaan waar een Hellesenter is om eerst maar eens door een dokter naar die knie te laten kijken.
Lopen kan ze nauwelijks, alleen kost het nogal moeite haar in de rolstoel te zetten, net haar vader dus. Wij komen daar tegen twaalf uur aan en moeten dan tot één uur wachten tot mijnheer de dokter er is. Wij zijn  keurig op tijd en zitten dan nog twintig minuten te wachten tot er iets gebeurt.

Dat gebeuren bestaat uit een optocht van vijf mensen die met een meisje zeulen. Zij heeft iets aan haar voet. Als zij weer weg zijn en mijnheer de dokter (is`tie al 24?) roept om iemand anders die er nog niet is, heb ik de euvele moed iets tegen hem te zeggen over de tijd. Hierop begint mijnheer uit te vallen, dat hij de enige dokter in de zeer wijde omgeving is, dat hij een noodgeval had en dat er nu eerst iemand anders aan de beurt is en dat ik mij daar maar in moet schikken etc. etc. Ik riposteer nog met de opmerking dat de dame aan de balie daar allemaal niets over heeft gezegd, maar het is al te laat.
Mijn oude ziekenhuisvirus steekt de kop op, ik heb al genoeg van die arrogante kwallen meegemaakt en ik rijd de patiënte weer naar buiten. Ik ben ziedend maar slik het meeste maar in. We gaan naar Lom waar ook zo`n Hellesenter is en zeer waarschijnlijk ook een dokteur. Wij raken van het zonnetje in de regen terwijl wij opstijgen naar de Sognefjell. Er ligt duidelijk minder sneeuw dan gisteren, het moet hier flink hebben gehoosd in de afgelopen zestien uur. In de afdaling naar Lom en in Lom zelf plenst het gedurig.
De wolken liggen duidelijk aan deze kant vast tegen de bergen van Jotunheimen. In het centrum is daadwerkelijk een arts. Op het oog nog jonger dan de vorige maar hij is gewoon aardig. Hij komt tot de conclusie dat mevrouw een gedeeltelijk gescheurde knieband moet hebben en dat is niet zo mooi. Dat betekent in ieder geval dat klimmen de eerste zes weken uit den boze is en daarmee de wandeling naar de Preikestolem voor haar een onmogelijke zaak is geworden. Jammer maar helaas. In dit geval zal ik een plekkie op de camping aldaar moeten nemen, zodat zij wel of niet in de zon zittend mijn op- en afgang kan afwachten. Als compensatie is er natuurlijk nog de vaart door de Lysefjord vanuit Stavanger. Wat het betekent voor de komende tien dagen moet nog blijken. We zijn na het bezoek aan mijnheer de dokter verder richting Otta gereden. Dan bij Randen rechtsaf de 51 op tot
Randsverk. Daar vinden wij domicilie in een hytte op de plaatselijke camping.

Tot onze verrassing is hier een zogenoemde elandsafari mogelijk. Daartoe gaan wij om elf uur met de baas, een Deen, per auto het bos in dat hier rond de camping ligt.
De tocht zal een uur of twee duren en kost slechts Nok 75,= p.p. Dat is dan toch weer een meevaller, vooral als we ook nog zo`n beestje te zien krijgen. Bij het inschrijven, kreeg ik de blikken
lapskous in het oog en dat is wat wij straks tot ons zullen nemen met wat notenrijst. Ik ben benieuwd. Nou, de lapskous was heel goed te kanen. Beetje peper en zout kon het wel hebben maar samen met de notenrijst ging het er wel in. Het is een mix van stukjes aardappel, rundvlees, sellery, worteltjes en diverse kruiden.

Om half elf gingen wij op elandenjacht. We waren slechts met z`n tweeën dus stapten we in de Jeep van Peter de baas. Zijn zoontje van zeven schoof mee achterin. Na een dikke kilometer verlieten wij de gewone weg en doken het bos in. Al snel was het raak. Achterin zittend meende ik de omhoog gestoken kop van zo`n animaal te zien en we reden een stukkie achteruit. De kijker erbij en ja hoor, Jantje had gut aufgepasst. Er lag een jong mannetje en na een paar ogenblikken vond hij onze belangstelling wat overdreven en stond op. Met gezwinde spoed stapte hij henen onmiddellijk gevolgd door een grote stier die wij nog niet hadden ontwaard omdat hij juist buiten ons gezichtsveld lag. Voort ging het de paden op maar niet de lanen in. We reden tegen een heuvel op en we stopten om een plaatje te schieten van een mooie nachtlucht.
Terwijl ik hiermee doende was diende eland nummer drie zich aan in de vorm van een jong dier dat na anderhalf jaar geacht werd op zijn eigen poten te staan. In zijn onschuld kwam hij redelijk dichtbij. Fotograferen was niet echt mogelijk gezien de hoeveelheid licht en flitsen heeft niet zoveel zin in dit soort omstandigheden. Ik ben nog benieuwd naar de plaatjes van de oude Canon.

Na een paar minuten verdween hij achter de kromming van de heuvel en wij reden verder door een prachtig landschap. Sonja zat onderwijl stevig haar Duits bij te schaven met Peter. Hij heeft zijn zakelijke domicilie in Zwitserland, is Deen en woont en werkt nu hier in Noorwegen waar hij de camping van zijn schoonouders heeft overgenomen. Zij ondervroeg hem over de beestjes en vroeg ook of ze wel eens op de weg kwamen. Dit gezegd hebbende, stond er even later daadwerkelijk een grote stier op de weg die binnen enkele ogenblikken het hazenpad koos. A shocking expirience, zal ik maar zeggen. Nummer vijf en de laatste stond als bevroren een metertje of driehonderd van ons vandaan als aan de grond genageld. Door de kijker gezien, stond hij ons onafgebroken recht aan te kijken. Toen wij na te zijn doorgereden enkele ogenblikken later terug reden, stond hij nog net zo. Volgens Peter zou zo`n dier een slechte ervaring hebben gehad met mensen en auto`s, vermoedelijk was erop hem gejaagd. Dat zou zijn gedrag moeten verklaren. We hebben daarna nog tot een uur of een rond getuft. Maar de dames en heren lieten zich verder niet zien. Voor ons was het genoeg zo, het was een aardige afsluiting van deze wat in mineur begonnen dag. De eigen opnames bleken te slecht om er iets mee te kunnen. Mogelijk een goede leer voor de volgende keer. Voor elanden dus even een bezoekje brengen aan het internet of de dierentuin zelf natuurlijk.
















                     Vorige                                                                                   Volgende

                                                                            terug naar boven

                 Noordkaap 2004




 

 

                          



 


Mijn Foto`s Natuur
Mijn Foto`s Molens
Mijn Foto`s Landen
Mijn Foto`s Steden
Mijn Foto`s Vogels
Mijn Foto`s Macro
Mijn Foto`s Paddenstoelen

Noordkaap 2003
Noordkaap 2004
Noorwegen 2006
Runde (N) 2011
Sicilië 2004-10pag.
Sicilië 2009
Gibraltar 2006
Dolomieten 2005
Italië 2002
San Juan 2007
Spanje 1997
PortugalZes Romereizen


 

                                                                                                 Week 1Week 2Week 3Week 4Week 5
                                            










Home
Motoren
FJR 1300a
De Zwerfbus
De Fotografie
Alblasserwaard
De Biesbosch
Garmin GPS
De Reus
Fotocollages
Raffinaderij
Korte Trips
Nuttige Links
CONTACT