Week 4

                                             Woensdag 23 Juni

Vanmorgen uiteraard niet te vroeg op. Het was een uur of half negen en de dag regende ons tegemoet. Dat lijkt erger dan het is want vaak hangt er een wolk tegen een berg, de onze dus, op z`n gemak leeg te regenen en vervolgens schijnt een minuut of tien later weer de zon. In het bergachtige gebied waar wij nu zitten, de rand van Jotunheimen, is dat gewoon regel.
Pas om een uur of elf zadelen wij ons paard en gaan er in galop vandoor. Na 500 meter moeten we al rechtsaf de Bom Veg op en het is voor de eerste keer dat wij zo`n private tolweg gebruiken. Hij loopt van Randsverk tot de slagboom vr Glitterheim, een dorp in Jotunheimen. We kunnen alleen heen en terug want de alternatieve terugweg komt ons niet goed uit. Dat geeft niets want je rijdt door een imposant gebied van hoge pieken, brede dalen, stromen en stroompjes en diverse meren.

De zon is alweer van harte aanwezig. Ook aanwezig is een flinke kudde wilde rendieren. Die zijn erg schuw en laten zich alleen bij verrassing benaderen. Als je te dichtbij komt, gaan ze massaal aan de hol. Je zou denken dat het op  zo`n gravelpad, want meer is het niet, wel rustig zal zijn maar niets is minder waar. Het is een komen en gaan van auto`s. Veelal mensen die verder door het gebied willen wandelen. Vanwege onze mankepoot gaat dat feest voor ons even niet door. We gaan terug en draaien rechts de 51 op die aan de oostzijde van Jotunheimen naar het zuiden loopt.
















Ook dit is een prachtige weg die door dalen, langs rivieren, meren, door bossen en over diverse kleinere hoogvlaktes loopt. Ook hier komen we kleine plukjes rendieren tegen die zich ver van de menselijke activiteiten houden. We verlaten bij Skammestein de 51 en draaien rechtsaf een binnenweg op die een stuk afsnijdt en uiteindelijk parallel aan de overzijde van de E-16 loopt. Het landschap verandert hier naar veel groen en hoge bossen. Onderweg neem ik nog wat macro`tjes van de flora langs de weg.









Bij Grv moeten we de E16 op die we volgen tot Borgund.
Hier staat de best bewaarde Staafkerk van Noorwegen en het moet gezegd dat het een bijzonder mooi kerkje is. Het Laerdal zelf is natuurlijk ook weer een hoogtepunt om doorheen te rijden. Na een kort bezoek en een ijsbootje gaan we verder en gaan de 5 op om bij Aspevik over te steken naar Manheller. We komen dan aan de noordzijde van de Sognefjord terecht die wij morgen op ons gemak af willen rijden. Op dit moment zitten we op een camping in (helaas) Systrond. What`s in a name, zal ik maar zeggen. Het plaatsje biedt een prachtig uitzicht op de fjord waar vanavond nog een groot passagiersschip uit de Aurlandsfjord kwam opstomen.
Na het opbouwen van ons kampement bestond het maal uit nasi met een fantasie baksel van varkensvlees, uien en knoflook. Geen zin om het uitgebreider te doen en het volstond als vulling. Over de dag zelf is niet zo heel veel meer te vertellen dan dat er weer een flinke afstand is afgelegd in meestal heerlijk weer. Je valt ook al snel in herhalingen over hoe prachtig, hoe mooi, hoe geweldig het allemaal is.
Mr.. het s ook gewoon zo!!Het is half elf en nog altijd is het licht genoeg om je verhaaltje te schrijven. Strakkies naar bed en morgen zien we wel hoe het verder gaat.

                                                                     Donderdag 24 juni

Vandaag was ik weer eens vroeg wakker. Om half zeven gingen de luiken open en de regen tikte zachtjes op het dak van de bus. Reden om mij nog eens om te draaien en om tien voor acht stapte ik er toch maar uit. De dusj was een waar genoegen van beurtelings warm en koud water in plaats van gemengd op een aangename temperatuur. Verder is het hier redelijk oud. Een motel met wat hytter en in de voortuin dan nog plaats voor een paar tenten o.i.d. Hier stond al een ex-streekbus die was omgebouwd tot woonbus. Hij werd bevolkt door een gezin met twee kinderen.
Woningnood in Noorwegen?? Na de douche dacht ik handig te zijn en wilde wat regenwater van het tentdak in de thermoskan laten lopen. In plaats van in de kan kreeg ik het in mijn eigen bakkes.
Niemand om me uit te lachen dus niks anders aan de hand dan een nat T-shirt.

Al om negen uur toerden wij langs de Sognefjord, een imposante fjord die naar de zee toe steeds breder werd. De weg is niet erg breed hier maar er is hier weinig verkeer dus dat levert geen grote problemen op. We namen de verste pontveer, die van Rysjedalsvika naar Rutledal. We volgden de 57 langs de Eidsfjord en bij Eide  linksaf de 570 op om binnendoor naar de E-39 te steken.
De weg loopt langs de Masfjord en de Matrefjord en bestaat hoofdzakelijk uit een zeer smalle weg waar maar net n auto op past. Dat leidt er regelmatig toe dat je achteruit moet of dat je tegenligger terug moet om elkaar te kunnen passeren. Gelukkig is het ook hier niet druk dus het is maar een keer of vijf nodig.
Na een stuk E-39 buigen we bij Romarheim linksom de 569 op. Ook een zeer smalle weg die langs verschillende fjorden loopt. Onnodig te zeggen dat we de hele dag weer van allerlei uitzichten etc. hebben genoten. Onze enige zorg was het vinden van een camping want die zijn hier gewoon niet. Soms zie je er eentje die niet op de kaart staat maar dat is zeldzaam. We moeten van de E-16 vr
Voss af om ergens in het binnenland in Maested een mooie camping te vinden. Een prachtig groen dal tussen diverse toppen en dat groene wordt waarschijnlijk veroorzaakt door de regen die hier valt.

De hele dag was het droog met af en toe een zonnetje maar bij aankomst ging het zachtjes regenen en dat doet het nog. Het maakt niet uit want we zitten droog onder ons tentje alleen de knots maken ons knots. Ik moet mij af en to
e even met Deet insmeren om ze weg te houden. Het tikwerk en het inladen van de foto`s gebeurt na het verorberen van de spaghetti en de komkommer met tomaat op z`n Italiaans. Het doel voor morgen is de Hardangervidda. Hier kun je alleen te voet in, maar er zijn een paar weggetjes die een beetje het gebied insteken en die gaan we opzoeken. Voor nu is er koffie en rust.

                                                           Vrijdag 25 juni 

Vanmorgen was ik al vroeg uit de veren. Om kwart over zes gingen de luiken reeds open en na een halfslachtige poging om te blijven liggen, jumpte ik eruit. Het was een morgen om stil van te worden. Er was alleen grijs licht zonder schijnsel en het regende. Een heel zachte doch zeer gestage, loodrecht vallende regen en de natuur accepteerde het gelaten. Er was geen enkele beweging te zien.
De boterbloemen lieten hun kopjes hangen en bewogen niet onder de regendruppels. Ook de grote sparren lieten hun takken en zelfs hun naalden hangen. De stilte werd alleen verstoord door het zachte tikken op het tentdak en het zachte ruisen van de bergstroom. Alleen een paar grashalmen lieten zich door de regen licht bewegen. Een contemplatief moment zal ik maar zeggen en dat was er gisteren ook. We reden een tunnel in die een kilometer of drie lang moest zijn. Het was tot nu de enige lange tunnel waar geen verlichting in was. Ook waren er geen reflectoren of andere zaken zoals brandblussers in verlichte kasten.
 
Halverwege de tunnel, terwijl er voor en achter geen andere auto te zien was, deed ik even het licht uit en meteen weer aan. Dat korte moment liet iets zien wat ik eigenlijk nog nooit gezien heb, helemaal niets want het was aardedonker. Ik stopte en deed opnieuw het licht uit. Inderdaad absolute duisternis waarin ik zelfs mijn bril niet zag. Ik had alleen de motor laten lopen, want stel dat je je contactsleutel niet eens meer vinden kunt. Op zulke momenten en bij de aanblik van die enorme natuur gaat een mens zich erg klein voelen. Hier heb je heel weinig te vertellen, hier heb je jezelf maar aan te passen verder niks. Het bleef gedurende het ontbijt en het opruimen regenen. We zaten in een nauw dal dat ook erg regenachtig groen was.

Het zou wel opklaren als we eruit zouden zijn. Dat was eigenlijk ook wel zo want behalve een enkele bui onderweg en bij het bereiken van de camping hier is het vrijwel de hele dag droog gebleven en hebben we buiten op een bankje de boterhammen met kaas op gegeten. Vanaf de camping reden wij eerst via de
E-16 naar Voss en vervolgens de 13 op door Granvin. Bij Eide de 7 kilometer lange tunnel door en dan richting Bruravik en de veerpont naar Brimnes. Ze kunnen in Itali en Zwitserland wel een hoge borst opzetten over hun tunnels maar de Noren verslaan die Zuid Europeanen met gemak.
Hun langste is de Auerlandstunnel van ruim 24 kilometer en het aantal andere tunnels is niet te tellen. De onvoorstelbare bergen rots die er uit gekomen zijn, zijn onzichtbaar opgenomen in het landschap of in de diepe fjorden gekieperd want je ziet het niet terug. Na een prachtige oversteek waarbij ik diverse opnames maakte van de  ons omringende bergen die weer eens een snor droegen, volgde een prachtige weg de 7 langs de Eidfjord met een schitterend uitkijkpunt bij Erdal.

Ook hier weer druk geknipt. Bij Saeb sloegen we rechtsaf een tolweg op om de Hardangervidda te gaan bekijken. Dit natuurgebied kun je maar op een drietal plekken met de auto in en dat dan nog voor enkele kilometers. Het tempo ging op stapvoets. Je rijdt op de  grootste hoogvlakte van Europa en dat is duidelijk te zien. Geen boom, boompje, geen struik of struikje. Veel (korst)mos in diverse kleuren een soort heide en een ander heel laag plantje met kleine rode besjes. Voor de rest veel mij onbekend groen dat zich dicht bij de grond hield. Ontzettend veel keien en veel stromen en stroompjes met glashelder water. Zo hier en daar wat houten huizen of hutten en zowaar een groepje schapen.








Nauwelijks menselijk activiteit of het moeten de sporadische wandelaars zijn die de Vidda op willen.
Het landschap is licht glooiend met alleen een gravelpad om te berijden. Hoewel op het oog kaal is er erg veel te zien en ook nu werd er niet bespaard op film. De weg eindigt bij het begin van het echte wandelpad en je moet dezelfde weg terug. Dat is nooit erg want dan zie je alles vanuit een andere invalshoek en dat biedt dan ook weer een ander perspectief. We eten een boterham langs de 7 aan een schitterend meer dat als een spiegel in zijn kuipje ligt. Als er even geen auto langs suist, is het hier doodstil. Volgens de kaart moet dit de Storekreakka zijn op 1151 meter hoogte. Bij Geilo draaien we verder naar rechts de 40 op en slaan dan bij Rydberg rechtsaf naar een tolweg die langs de Ossjen voert. 

Ook hier is het de bedoeling een stuk van de vidda te bekijken maar dat valt tegen.

We komen niet verder dan de berkenbossen die op de vlakte ervoor liggen en keren weer op onze schreden terug.
De rivier kent hier overigens wel een paar geweldige passages tussen enorme rotsblokken door. Gezien de moeilijkheidsgraad en het natte weer lijkt het mij niet verstandig om mijn lijf en leden te wagen voor een foto van een waterval. Die heb ik tenslotte al genoeg. Het wordt tijd om een camping op te zoeken want het is al vier uur. 
Bij Bjrkflta vinden we die en omdat het op dat moment echte pijpenstelen regent, neem ik weer een hytte. Ditmaal eentje met twee kamers en een open keuken. De slaapkamer heeft vier bedden dus dat is ruim voldoende. De maaltijd zal dit keer bestaan uit gebakken aardappelen met ui en knoflook. Daarbij de ieder welbekende sperziebonen en als klap op de vuurpijl WALVIS. Jaja, het komt er tch van. Uit de diepvries dat wel, maar toch. Het moet in vingerdikke plakken en gaar, dus dat moet lukken. Zo uit het pak ruikt het echt naar traan, levertraan en dat kennen we nog wel van vroeger.

Nooit geweten trouwens dat een potvis zo`n 2 tot 3 duizend liter olie in z`n kop heeft, waarvan de functie niet helemaal duidelijk schijnt te zijn, maar waardoor er wel hevig op ze werd gejaagd. De potvis heet in het Engels sperm whale en niet alleen in het Engels.
Dit schijnt ook te komen van de walvisvaarders die dachten dat die olie allemaal sperma was.
Zo zag het er ongeveer uit schijnt het, vandaar dus die naam. Dit alles nu terzijde, het plettert weer van de regen en ik ga wallevis bakken. Okay, die wallevis smaakte prima. Hoewel je in rauwe toestand een geur van levertraan kunt ontwaren, proef je daar niets van. Het heeft de structuur en een iets donkerder kleur dan biefstuk. Zo kun je het ook behandelen. Kort bakken in olie of boter en je hebt een heerlijk stukje vlees op je bord. Vanwege het feit dat het mijn eerste keer was, liet ik het iets te lang bakken en dan loop je het risico dat het droog wordt. Dat ging maar net goed. Een volgende keer zal er niet komen, want ik vind dat die grote jongens in de zee horen en niet op je bord. Begeleid door gebakken aardappels met ui, de onvermijdelijke knoflook  en lekker wat rozemarijn. Daarbij nog sperzieboon en Italiaanse tomaten en de dag kon niet meer stuk.

                                      
                     Zaterdag 26 juni

Vandaag werd het een relatief korte rit. Ten eerste waren we laat weg, om half elf of zo en  ten tweede was de route die we gekozen hadden geen gemakkelijke. We zouden nog een pad volgen dat vrij ver tot bij de Hardangervidda voerde, maar halverwege bleek na een nadere bestudering van de kaart dat de weg doodliep. Omkeren dus. Per saldo hebben we de hele Hardangervidda gerond met hier en daar een stuk(je) erin.
Dat is een flink stuk en het betekende dat wij na eerst van zuid naar noord en gedeeltelijk weer terug nu van west naar oost en weer terug aan het toeren waren. Daarbij zakken we langzaam naar het zuiden en zo doorkruisen we eigenlijk heel Noorwegen. De uitzichten zijn dan ook zeer divers. Ook vandaag was het weer heel verschillend.
Het grootste deel reden we door bosachtig gebied en op de fjells hooguit wat struikjes. Zo hier en daar natuurlijk de onvermijdelijke stromen en meren en soms een majestueuze waterval. Aan het einde van de rit juist na de Nvlefossen vonden we een hele stille camping waar nog niemand stond.

De laatste tunnel draaiden we z lang in een bocht naar links dat ik vermoed dat we minimaal een volledige spiraal maakten alsof je een hoge parkeergarage uitrijdt.
Je bent daarmee ook van de hoogvlakte van
Rldal af.
Dat alleen zijn op de camping was rap afgelopen. We hadden net de tent achter de bus gezet of daar draaide een camper onze kant op. En ja hoor, een van mijn Duitse vrienden. De camping is zeker 5 hectaren groot met verschillende verdiepingen en dan zou je denken dat iemand een lekker rustig plekkie verderop zoekt maar nee hoor, de camper wordt pal naast ons neergezet. Lekker dan! Vervolgens komt er een blrend jong uitrollen van een jaar of drie. Af en toe scheurt hij met een flinke uithaal de stilte in het hele dal aan flarden.

Een echte Duitser in de dop met een maul zo groot als hij zelf is. Mijnheer Heinrich gaat met de elektriciteitskabel aan het stoeien en heeft op luide toon een conversatie met zijn gade.
Even heb ik de aanvechting te vragen of ze niet achter de mannschaft aan kunnen naar de heimat, maar dat laat ik maar. Alles is goed te volgen. Het jong wil niet erg luisteren en Frau Heinrich krijgt het op haar heupen. Zij zet een keel op als een Duitse kampbewaarster van de vrouwenafdeling en geeft het jong een paar stevige beuken voor z`n achterwerk.
 Vervolgens gaat zij scheldend en tierend naar binnen, gooit met deuren, ramen en horren terwijl mijnheer Heinrich hoofdschuddend zijn werk doet. Ik besluit om maar in mijn onderbroek te gaan liggen zonnen in hun volle aangezicht.
Dat is blijkbaar teveel van het goede want onmiddellijk wordt de
camper een flink aantal meters verderop gestald.
Gelukkig! Maar wij hebben buiten een tweede Duitser en een ouder Engels echtpaar gerekend. De opengevallen plaats wordt door hen gezamenlijk ingevuld, zodat ze meteen weer in je potten en pannen kunnen kijken.
Het gaat mij te ver om zelf een eind op te krassen en volsta met het omzetten van het zeil achter de bus, zodat we weer enige vrijheid genieten. De voorstelling is hiermee wel afgelopen. Alles staat gezellig en knus op een kluitje in plaats van verspreid over de 5 hectare van de camping. Wij genieten van de zon die onze torsen verwarmt, als dat zo doorgaat komen wij nog als Surinamers thuis.

Bovenaan was ik gebleven bij ten tweede en nu ten derde,
ik was gewoon te moe om verder te rijden en draaide plompverloren deze camping op. Vr de receptie speelden een jochie en twee meisjes. Kinderen van de blonde dame binnen en de timmerende man in een hytte achter ons. Een van de meisjes had met haar handje tussen een deur gezeten en zat in het verband. De meiden waren alom aanwezig, wilden helpen inschrijven en afrekenen etc. Giechelen als ze je niet verstonden, gewoon een leuk stelletje. De hap van vanavond stond weer in het teken van de eenvoud. Witte en wilde rijst met gehaktballetjes in pindasaus. Daarbij voor de tweede keer sperziebonen maar nu met lekker wat sambal oftewel hete boontjes. Koffie met koekie toe en klaar zijn we.
Doordat we om de Hardangervidda zijn gereden, zijn we wat te ver afgakt en daarom blijven we op de E-134 rijden tot de 13. Daar moeten we linksaf richting
Stavanger. Vandaar moeten we uitkomen op de Preikestolen Camping. Dat is ook een beetje het verhaal van Noorwegen. Het is geen land waar je even via een snelweg doorheen rijdt. Altijd is er wel een water dat overgestoken moet worden of een bergrug of een hoogvlakte. Dat oversteken is lang niet altijd mogelijk en daarom moet je je weg van tevoren goed uitstippelen om niet voor verrassingen te komen te staan. De Hardangervidda hadden we langs de westkant kunnen passeren over die 13 dat is maar 100 kilometer en een goed uur rijden, maar dan zie je er helemaal niets van. Morgen dus op weg naar de Preikestolem, het eigenlijke doel van mijn reis verleden jaar. Waarschijnlijk moet ik hem in m`n uppie beklimmen want dat lukt voor ons mankepootje niet helaas. We zullen zien.

                                                                        Zondag 27 juni 



Hedenmorgen om een uur of acht reveille door de sergeant van de week. De gebruikelijke plichtplegingen en op ut gemak puinruimen maakten dat we om half tien van de camping afreden, nagezwaaid door de baas en zijn kleine ventje. Na een paar kilometer draaide ik even het plaatsje Rldal in om het staafkerkje uit plm. 1250 te bezichtigen. Mooi in z`n eenvoud. Hierna weer verder richting de 13 naar Stavanger. Hij staat bekend onder de naam Ryfylkevegen.
We hebben al heel wat gezien qua natuurschoon, maar ook deze weg  is opnieuw een hoogtepunt.
Dat komt mede door het zeer stille weer. Het regent wel af en toe maar er is in dit dal, of eigenlijk is het haast een lint van dalen, totaal geen wind. Daardoor zijn de meren en later de fjorden ware spiegels.
Soms moet je even goed kijken om de scheidslijn te vinden. Langs deze weg veel tunnels waarvan een enkele weer geheel onverlicht. Bij Kolbeinsveit stoppen we even om een bakkie te nemen en we blijken met onze neus in de boter te vallen. Beneden mij zie ik iets dat lijkt op een stoomboot en rechts van ons is een huismuseum.
Ik ga eens kijken en tref de beheerders aan de koffie. Hoewel ik er niet om vroeg krijg ik de gebruikelijke rondleiding aangeboden door en om het huis. Daarvr staat een zogenoemd storhus, waar men van allerhande spullen in bewaarde, zeg maar een schuur.

Deze echter staat er al sinds 1281 en volgens de beheerder in oorspronkelijke staat zonder dat er hout vernieuwd is. Het huis zelf is ooit gebouwd door een belangrijk en ook rijk heer die iets betekende in de plaatselijke en Noorse politiek. Naar ik begreep een soort senator. Daardoor waren de kamers ook hoger dan gebruikelijk want hij kon de stookkosten die daar aan vastzitten betalen. Het huis stamde uit 1850 en was eveneens in oorspronkelijke staat. In het huis waren allerlei antieke spullen zoals het meubilair, uitschuifbare bedden (in de breedte) en heel bijzondere stoven o.i.d. Onderin een kleine stookruimte en etagegewijs daarboven een aantal vakken met deurtjes waar men een pot of pan in kon zetten.
Ze waren voorzien van fraai smeedwerk. Na het huis te hebben bekeken, ging ikzelf naar beneden waar het schip lag. Het was inderdaad een oud stomertje, niet meer als zodanig gebruikt omdat er nu een dieseltje in staat, helaas. Het ding is ooit in stukken hier naartoe gebracht en weer in elkaar gezet omdat normaal transport over de weg of over water niet mogelijk was.

Het stamt uit 1884 en is behalve de motor ook in originele staat. De beheerders moeten dit museum dagelijks van 12 tot 5 open hebben en ontvangen zo`n twintig mensen per dag. Hiervoor krijgen zij een vergoeding en wonen gratis. Dit lijkt leuk maar men moet er toch wat bij doen om het te redden. Na dit bezoek met gratis koffie kwam dan eindelijk de Preikestolen in zicht. Na mijn licht te hebben opgestoken bij de receptie, die een volledige Nederlandse bezetting bleek te kennen en ook de eigenaars Medelanders bleken, reed ik verder in de veronderstelling tegen een billijke prijs een hytte te kunnen huren. Dat bleek een utopische gedachte en ik moest dus op mijn schreden terugkeren om een plekkie op de kampong te huren.

De prijzen in het restaurant bleken redelijk klantvriendelijk en daarom bezondigden wij ons aan een echte pul bier en daarbij een bord gekookte kabeljauw met aardappelen, prei en worteltjes. We hoefden derhalve niet te koken en ook dat is een delicatesse. Al rondkijkende, ontdekte ik de mogelijkheid tot het maken van een helikoptervlucht over de Preekstoel en boekte meteen maar in. Dat kost zo`n Nok 400,= maar dat mag de pret niet drukken. Zo kunnen we morgen de boel mooi combineren.
Om 8 uur komen de verse broodjes, om 9 uur vertrekt de bus naar de parkeerplaats waar de klimpartij begint en om 5 uur is er dan de vlucht met den wentelwiek. Het is nu erg rustig weer, het is tien over acht en ik ben klaar met de foto`s en het tikwerk. In het verloop van de reis heb ik nu 1264 plaatjes in de computer en naar schatting zo`n 330 op dia, bijna 1600 en dat betekent nog heel wat werk bij thuiskomst. De tekst beslaat inmiddels 41 pagina`s en zo wordt het een flink gedenkboek. Rest de koffie, de tandenborstel en de legerstede.

                                                                   Maandag 28 juni

Het was een keurig geplande dag die bijna helemaal volgens schema verliep.
Om acht uur verse broodjes halen, om negen uur de bus naar het startpunt van de beklimming van de Preikestolen, om tien over half drie het bussie terug en om een uur of zes de helikoptervlucht. Bijna, want de mens wikt maar het weder beschikt, zeker hier in Noorwegen. Het wordt allemaal geregeld door het KNMI, zijnde het Koninklijk Noors Meteorologisch Instituut zoals u weet.
We waren op tijd, acht uur, voor de verse broodjes die wij ruimhartig belegden met gebakken eieren en ham. Een thermosfles koffie die nog van zich zou laten spreken, een flesje water, eentje met sap en twee appels. Deze proviand moest ons vandaag redden. Het begon uitstekend met een bus die niet op kwam dagen op de afgesproken tijd. Om negen uur zouden wij op kunnen stappen bij de halte vr de camping, maar helaas. Gelukkig ging ook een stel Brabanders onze kant op en wij konden met ze meerijden.

Fijne mensen die Brabers. Zelfs het uitgespaarde busgeld wensten zij niet aan te nemen en daarmee kwalificeerden zij zich dus als niet-Hollanders. Wij begonnen aan een zeer zware klim (van 270 naar 604 meter hoogte boven het water en ongeveer 4,5 km. lang) waarin soms een wat makkelijker stukje zat maar er werd een geweldige aanslag gepleegd op de homokinetische koppelingen in de knien, de schokdempers in kuiten en dijen, om van de enkels nog maar te zwijgen.
De longen deden hun best de blaasbalgen van het grootste kerkorgel van Nederland te evenaren en het hart danste af en toe een horlepiep in de borstkas. Kortom het was afzien tot op het bot. Maar het was de moeite meer dan waard. Als je aan komt lopen en je ziet voor het eerst die ijzingwekkende rots en het fenomenale uitzicht dan word je best even stil.

Hier ervaar je de werkelijke nietigheid van de mens en tegelijkertijd is er het besef dat die mens het vermogen bezit om dit alles te vernietigen.
Het ergste is dat`ie daarmee goed op weg is. Uiteraard worden er foto`s genomen en als een van de weinigen liet ik mij vastleggen staande op de punt van de rots. De meeste mensen doen dat liggend of zittend, maar dat is geen gezicht. We gingen langs de rand op een richel zitten om een bolletje uitsmijter met ham te nuttigen. De al eerder opgevoerde roestvrijstalen thermosfles liet ik in een onbewaakt ogenblik vallen en deze rolde naar de rand.
In een snelle beweging kreeg ik hem te pakken maar het gaf een angstaanjagend geluid. Het is daar erg stil ondanks de aanwezigheid van een vijftigtal mensen, iedereen keek verschrikt op en er werden wat geluiden van afgrijzen gemaakt. Ik merkte nonchalant maar even op dat het just the coffee was and not me, de schrik was er echter niet minder om. Ook de dappere mankepoot die het toch maar gered had die klim, zakte op dat ijzige moment het hart in de schoenen. Na deze act hebben we nog even wat rondgehuppeld op het plateau en om half een moesten wij de terugtocht aanvaarden. De hele klim had ons twee en een half uur gekost en de terugweg zou zeker niet minder lang duren gezien de  knieproblemen van Sonja.
Gelukkig was het een wat bedekte hemel want in de volle zon zou het pas echt een helletocht zijn geweest. Het was echter warm genoeg om de jas uit te laten. Gezweten werd er toch wel.
We moesten op tijd terug zijn voor de bus die om tien voor drie zou vertrekken. Dan moesten we sneller naar beneden dan naar boven en dan kan een oud Chinees spreekwoord wel zeggen
dat de weg omhoog dezelfde is als naar beneden,
ik wens dat toch tegen te spreken.
Het viel mee want in ruim twee uur en tien minuten voor het vertrek stonden we weer beneden op tijd om even een koud watertje te kopen. Onderweg had ik nog even een vriendelijke ontmoeting met n van mijn talrijk aanwezige Duitse vrienden.

Er moest een groepje Teutonen even wachten tot Sonja van een paar grote keien was nedergedaald. Voor n van hen was de voor de hand liggende conclusie dat haar schoenen te klein zouden zijn, waarop wij nog de beleefdheid hadden de man in kennis te stellen van haar blessure. De laatste in de rij waagde het op te merken dat het stijgende verkeer voorrang had op het dalende.
Dit ontlokte ons wat minder vriendelijke reacties die ik hier verder onbesproken zal laten. Ten eerste is het omgekeerde het geval in de bergen en ten tweede mocht hij van mij rustig in zijn hose sch**ssen. Na het verlaten van de bus hebben wij ons eerst gelaafd aan twee grote pullen bier, een tot gisteren ongekende sensatie voor ons hier in Noorwegen. Daarna was het tijd om ons te verschonen en ons gereed te maken voor de vlucht met de helikopter die niet door ging.

Dit vanwege het feit dat er te weinig mensen wilden vliegen en ook de berg zat op slot vanwege wat wolken die hardnekkig bleven hangen zoals hier wel meer gebeurt. Ook nu, om half negen, is de top nog in een grijs dekentje gehuld. Jammer maar helaas en zoals gezegd, de mens wikt maar andere zaken beschikken vaak. We namen genoegen met een gebakken scholletje, anders kan ik het niet noemen, met frieten en sla.
Vooraf vergreep ik mij aan een zalmsoep die ik zelf beter maak. Maar okay, ook gisteren was niet zelf koken eveneens een delicatesse. Van Romy, de Friezin uit Sneek die hier stage loopt, kreeg ik nog de gouden tip om morgen met de auto de boot naar Lysebotn te nemen. Dat is veertig kilometer varen en je komt ook onder de Preikestolem door.
Bovendien kunnen we dan de zeer fraaie van 27 haarspelden voorziene
Lysevegen rijden en dat lijkt mij een uitstekende dagvulling voor morgen. De foto`s zijn weer opgeslagen, de tekst is klaar, het lijf doet zeer in de vele spieren waarvan ik het bestaan nooit heb vermoed en dus is het tijd voor de nachtelijke regeneratie.

                                    Dinsdag 29 juni 

Na de succesvolle regeneratie van de lichaamssystemen en het aanvullen van de voedingsstoffen teneinde de dag door te kunnen komen,  zijn we wat vroeg bij de pont die ons naar Lysebotn zal brengen en rijden nog wat rond in de omgeving. Dan doen we bij het haventje wat boodschappen en om 11.40 uur is het dan zo ver.
Het moet gezegd, na alle hoogte- en gewone punten viel de vaart door de Lysefjord een beetje tegen. Veel water en veel steile wanden met als hoogtepunt het onderlangs varen bij de Preikestolem. Als je zoals wij eerst p die Preekstoel bent geweest, komt dit niet echt geweldig over.
Je bent er te ver vandaan. Met de telelens kun je wel laten zien hoe die Preekstoel uitsteekt ten opzichte van de rots. Er hangt in de verte, zo wel voor als achter, een heel lichte wat blauwige nevel en nog verder weg wordt het wat duister.
Dat ziet er met soms flarden van de zon erdoor wel goed uit. Er wordt een tussenstop gemaakt om wat tweebeners uit te laden die het krachtstation willen bekijken dat ongeveer halverwege ligt. Na aankomst wacht ons de klim met de beloofde 27 haarspeldbochten en het moet maar weer gezegd, een mooie, steile klim met hier en daar prachtige uit- en vergezichten. Boven bij het restaurant is er de mogelijkheid om door te klimmen naar de Kjerag die een top op ruim duizend meter heeft.

Die klim kost drie uur heen een ook drie uur
terug en na de Preikestolen zie ik dat niet zitten. Ik neem genoegen met mijn eigen plaatjes vanuit een wat lagere positie. In het restaurant/kioskje koop ik drie mooie posters van de Preikestolen en die Kjerag. Die moeten thuis aan de muur. Na de klim rijden we op een fantastische hoogvlakte.
Het is n aaneenschakeling van steenbergen, steen, keien, meertjes en poelen. Poelen is eigenlijk een verkeerd woord voor kristalhelder water dat in een stenen bekken ligt, maar waar eindigt het meer en begint het meertje of plas(je) of poel?Alles in een helder grijze kleur, een onaards mooi gezicht.












Terwijl we op een parkeerplaats van het uitzicht staan te genieten, komt er een auto pal voor onze neus staan. Het zal niet waar zijn, het is n van mijn talrijke Duitse vrienden. Ik vind het getuigen van een hufterige, boerse, onsociale instelling om zo plompverloren voor iemands neus te gaan staan.
Ik start de auto en draai 5 meter weg naar links zodat ik de kl**t met zijn gebroed niet hoef te zien. Gelukkig zijn zij het uitzicht binnen 5 minuten zat en gehen sie hin.

Na de afdaling volgt er een lint van dalen aan de 45. Deze begint voor ons bij het Svartevatn, oftewel het Zwarte Water en eindigt bij de E-39 die ons naar Stavanger brengt. Een beetje op goed geluk rij ik richting een camping en blijk raak te prikken bij camping Mosvatn, anderhalve kilometer van het centrum. Het is wat rumoerig vanwege het verkeer dat hier vlakbij voort suist, maar dat mag de pret niet drukken. Wij nemen genoegen met wat pasta la Lidl, opgeleukt met een blikje tonijn en wat kruiden. Het smaakt heel goed en tot slot een tomaat in een Italiaanse uitmonstering. Koffie met koek, plannetje voor morgen maken en een groep Noorse padvinders afgluren die een kampje opzetten. Morgen Stavanger en in de loop van de dag richting Mandal. Toch nog elanden
zien? 

Als afsluiter een paar "Pics" van internet.








                
          
                   Vorige                                                                                     Volgende

                                                                            terug naar boven

               Noordkaap 2004
 



 










Home
Motoren
FJR 1300a
De Zwerfbus
De Fotografie
Alblasserwaard
De Biesbosch
Garmin GPS
De Reus
Fotocollages
Raffinaderij
Korte Trips
Nuttige Links
CONTACT


 

 

                          



 


Mijn Foto`s Natuur
Mijn Foto`s Molens
Mijn Foto`s Landen
Mijn Foto`s Steden
Mijn Foto`s Vogels
Mijn Foto`s Macro
Mijn Foto`s Paddenstoelen

Noordkaap 2003
Noordkaap 2004
Noorwegen 2006
Runde (N) 2011
Sicili 2004-10pag.
Sicili 2009
Gibraltar 2006
Dolomieten 2005
Itali 2002
San Juan 2007
Spanje 1997
PortugalZes Romereizen


 

                                                                                         Week 1Week 2Week 3Week 4Week 5