Even een Blokkie om (eerste week)          Week 2


                                   
De Start

Het broeide al enige maanden maar uiteindelijk viel de beslissing toch bijna in een split second. Mijn broer Willem ,Guillermo in het Spaans, woont al zo`n jaar of twee in de buurt van Malaga in het dorp VillaFranco del Guadalhorce.
Niet meer dan een gehucht in het gloeiende Spaanse zuiden.
Op mijn werk mag en hoef ik niets meer en per 1 januari ga ik vutten. Thuis was alles tot in de puntjes geregeld qua zorg voor mijn echtgenote. Alleen het moment waarop de trekker overgehaald zou worden, was ongewis.

Tót vandaag dinsdag de 5de september. De (zorg)maat was ineens vol en stante pede besloot ik de volgende morgen vroeg te vertrekken. Gewoon de kampeerspullen en alles wat verder nodig is voor zo`n trip op de motor gepakt en om 04.15 was het vertrekken geblazen.
Met de StreetPilot 2720 van Garmin een heel ambitieus plan gemaakt om helemaal binnendoor te rijden. Dat lukte aardig tot ik in de Ardennen tegen een kleine mistbank opliep die duurde tot ergens in Noord Frankrijk. Kou en nattigheid waren mijn deel en de lol leek te verdwijnen. De snelheid ging er ook danig uit en ik vermoedde dat ik Mirepeisset, een gehucht in de buurt van Perpignan niet zou halen.
Maar dat was ook geen noodzaak ik had alle tijd van de wereld. Onderweg was “Carmen”, (Een verbastering van Garmin) de stem van de StreetPilot 2720, boos op mij geworden en deed haar mond niet meer open. Dat leverde een paar keer een foute afslag op omdat ik vanwege verkeer etc. niet altijd op het toestel keek en dus fout reed.
Het binnendoor rijden is op zich wel leuk als het mooi weer is maar nu even niet. Pas rond Chalôns sur Marne klaarde het weer op en kon ik ook nog wat plaatjes schieten. Bij Clermont Ferrant werd duidelijk dat ik mijn ambities bij moest stellen en over diende te gaan op de snelweg.
 








 

Vanaf daar heb ik in redelijk hoog tempo de A-75 genomen tot aan Millau. Een prachtige weg met hier en daar ook nog fraaie bochten. Ik koos voor Millau om een blik te kunnen werpen op die nieuwe brug daar.
Inderdaad een prachtig ding maar om die vanaf de grond goed in beeld te brengen? Ik zou niet weten hoe. Het zal wel kunnen, maar dan moet je er een dag of wat blijven om op je gemak door de omgeving te struinen om de juiste plek te vinden. Om een uur of zes reed ik de camping op en om negen uur lag ik redelijk geradbraakt en bewusteloos in mijn tentje. Niet zo gek natuurlijk. Ik had zo`n 1200km gestuurd en bijna 14 uur onderweg geweest inclusief niet erg grote pauzes.

Het hek van de camping ging pas om zeven uur open wat inhield dat ik om half zes op moest staan om dan daadwerkelijk te kunnen vertrekken. Vroeg in de avond heb ik nog wat gebabbeld met een andere Franse FJR-chauffeur die een splinternieuwe bereed samen met zijn vriendin. Een al wat ouder Engels stel had ook belangstelling. De man vroeg of zo`n Japans ding nou beter was dan een BMW. Ik moest helaas bekennen dat dit inderdaad het geval was en dat ik gezien mijn BMW verleden er wel zo over mocht praten. Engels als hij was, nam hij het sportief op. Dat vond allemaal plaats nadat ik in Millau mij had bezondigd aan wat gemakkelijk voedsel in de vorm van een pizza marinara met een glaasje rood.        
                                                                                                               
                                                                         
Tussen de files:

Één punt in het verkeersgedrag van de Fransen viel mij (niet op tol- of snelwegen rijdend)zeer positief op. Bij grote drukte, langzaam rijdend of niet en natuurlijk bij files maakt men alle ruimte voor je.
Men gaat gewoon zover mogelijk naar rechts om je door te laten en ook het tegemoetkomende verkeer komt je hierin tegemoet. Het was even wennen maar het went snel! Geen getoeter of middelvingers, nee gewoon iets hebben van “jullie kunnen sneller, dus doe het dan ook maar”. In het begin had ik het niet door en dacht alleen: “Wat rijdt die man of vrouw extreem rechts?” Maar na een paar goede voorbeelden van Franse motormuizen begreep ik de bedoeling.
Gevaarlijk? Ik weet het niet, maar vrijwel iedereen werkt hieraan mee behalve degene die jou niet ziet.
Het blijft dus wel oppassen net zoals bij het in Nederland gedoogde tussen de files rijden.

De volgende morgen reed ik , na een motorbabbel met een Tukker, om kwart voor zeven het hek door de vrijheid tegemoet. Tot mijn verwondering was het behoorlijk bewolkt. Het was toch zo heet zuidwaarts? Nog vóór de Spaanse grens bij Le Boulou , waar ook een leuke motorclub huist, ging het dan ook regenen. Dat is me ook wat, zoek je de zon op, staan de palmbomen in de regen. Als dat maar niet zo blijven zou. Nou ja gisteren stond ik ná de mist bij een stoplicht in Clermont Ferrant ook in mijn helmpje te koken.

                                                                 
La Douce France





Opnieuw gaf ik gehoor aan Carmen, die weer tegen mij sprak, en ging verder met binnendoor rijden. Op zich lukte dat in Frankrijk nog wel maar na Barcelona werd het een ramp. Ik heb vroeger wel eens de route langs de kust gedaan en vond het prachtig. Nu de ene rotonde na de andere, inhaalverboden die wel te verdedigen zijn maar erg ver doorgevoerd. Hierdoor zit je tijdenlang achter files van vrachtwagens want die lijken massaal de tolwegen te mijden. Tot drie keer toe ben ik overgestapt van binnendoor naar tolweg en vice versa om het te proberen maar het bleef tobben.

Op een of andere boulevard werd het ook nog stoplichtsprinten met een Varadero.
200 meter gáán en weer in de ijzers en zo een keer of zeven. Liet ik me op m`n ouwe dag nog uitdagen als een puber maar het was wel leuk. Hij maakte telkens geen kans en tot drie keer toe deed het voorwiel niet waar het voor gemaakt is namelijk voeling met het asfalt houden. Het is en blijft een geweldenaar. De Varadero chauffeur kon het wel waarderen en toen hij zijn duim opstak, gaf ik de FJR de sporen (het licht kon niet groener) en liet hem definitief achter.

Ik begon mijn zelf begonnen avontuur een beetje beu te worden want zo zou ik minimaal drie dagen door moeten tobben en de lust aan de kust verging mij eigenlijk. De SP en Carmen geraadpleegd en na wat loven en bieden zou ik rond 23.00 uur bij Malaga kunnen zijn en twintig minuten later bij broerlief. Daarop mijn schoone zus gebeld die mij doodleuk meedeelde dat hij inmiddels voor zaken in Nederland was!!!
Wel leuk, ben ik eindelijk eens daar, is hij hier!!!

Na Tarragona vervolgens de grote baan op en Valencia, Murcia, Cartagena
en
Granada werden vlot ingenomen. Dan nog een stukkie tot het dorp. Toen werd het nog even tobben want je kunt wel een adres hebben, maar in het donker op het Andalusische platte land valt zoeken niet mee. Zelfs de politie wist niet van wanten en ik moest mij wenden tot een groep rondhangende jongelui in het centrum van het dorp. Het werd gebarentaal met een enkel Spaans woordje van mij.
Niemand bleek ook maar één letter
 buiten de deur te spreken.                                
 Guillermo&Lucas

                                                     
  Ouderlijk Huis
Maar uiteindelijk zei een van de knapen dat ik waarschijnlijk bij de “Holandeses” moest zijn. De schoonfamilie heeft een flink aantal jaren als gastarbeider in Nederland gewerkt en zij rusten hier nu op hun lauweren, vandaar deze aanspreektitel. Broer Willem heeft hier zijn stek gevonden met Eva en hun twee kinderen, maar kan nog niet op zijn lauweren rusten want er moet ook daar brood op de plank.  Hij doet veel in transport en verhuizingen van Spanje naar de Benelux v.v. Dus wie zoiets nodig heeft kijkt even
op zijn site.                                                                                                                                Stulpje van Willem
                                                                                                                                                      

Intussen werkt hij ook nog aan huis en tuin en dat laatste valt in Andalucia zeker niet mee. Op het woord Holandeses riep ik heftig van "Si" en zij waren zo goed mij tot voor de poort te begeleiden met hun scheurijzer een danig opgetutte Seat o.i.d., want van auto`s weet ik niet zo veel.
Die poort had ik een half uur eerder al bekeken maar niet herkend als van de familie Cabeza. 
Bij aankomst bleek dat ik het deze dag helemáál van eieren had gemaakt.
         
           Badje durbij.

Totaal 1576km!! En daarover deed ik dan 16 uur en een beetje.
Beetje gek?? Ach, ik blijf mij fit voelen op deze heerlijke machine en ik doe niemand kwaad verder. De teller stond na gisteren dus op 2776km.
Vandaag heb ik MapSource van Garmin op de laptop eens aan het werk gezet en de kortste route straks terug naar huis is welgeteld 2209km. Een eitje in twee dagen maar ik denk dat uit te stellen tot de 20ste als ik weer terug moet.                                 
                     
                                                                               
                                                                                   
                                                                  
 Twee  dagen luieren:















Na mijn aankomst heb ik de motor in de garage geparkeerd en ik besloot om vrijdag en zaterdag niets anders te doen dan te luieren en uit te rusten. Dat was wel nodig maar zaterdag zat ik alweer wat routes in elkaar te knutselen om zondag te gaan rijden. Ik ben wel eerder in Zuid Spanje en Portugal geweest maar de Apenrots van Gibraltar had ik daarbij links laten liggen. Dat moest dan nu maar en tevens wilde ik door een paar Siërra`s rijden van Gibraltar terug naar VillaFranco via Ronda
en Setenil de las Bodegas. Dat laatste is een dorp waar men de huizen gewoon onder overhangende rotsen heeft gebouwd. Ook dat wilde ik wel eens zien.

Zondagmorgen om zeven uur uit de klamme lappen want zo warm is het hier wel. Dagelijks reikt het kwik tot boven de 35 graden hoewel dat beter te verteren is dan 25 in ons benauwde kikkerlandje. Om half negen stuurde ik de FJR richting Gibraltar via de AP-7. Alles was nog zeer rustig en ik kon op het gemak de wanstaltige bebouwing rond Marbella bekijken. Geen route om nog eens over te doen. Bij de grens met de Engelse Apenrots gaat het er nog zeer formeel aan toe. Eerst je pas aan de Spanjolen laten zien, dan ongeveer 50 meter niemandsland en vervolgens de Britse douaniers bevredigen. Wat een kul. Maar niet voor de Britten.

Deze maand zijn er weer politieke afspraken te maken en dat lijkt het sein voor sterk nationalistische gevoelsuitingen. Alles was vergeven van rood en wit en de Britse vlag. Een grote horde Britten had zich op een plein verzameld en het “We gaan nog niet naar huis”, klonk uit alle kelen, die rijkelijk gesmeerd werden met een potje bier. Horen die lui daar eigenlijk wel? Een politieke vraag met een simpel antwoord, nee! Ze horen daar niet net zoals elke kolonisator weg zou moeten wezen uit elk land waar ze niet thuishoren ná het opknappen en vergoeden van de aangerichte schade.








Ik laat alles maar voor wat het is en ga de rots per motor beklimmen. Gelukkig kun je helemaal rijdend naar boven. Je betaalt wel 15 Neuroos om er te komen maar dan mag je ook naar een nogal nepperige druipsteengrot en de apies kijken. Dan is er nog wat militair museumvertoon dat ik vanwege vermoed Brits Nationalisme links laat liggen.
Het uitzicht is in orde. Met in de verte aan de overzijde van de haven nog een stukje herkenbare industrie namelijk een olieraffinaderij.










De druipsteengrot is inderdaad van een armoedig kaliber. Heel veel stalagmieten en stalactieten zijn afgebroken en eigenlijk is alles gewoon grijs. Kleur wordt verzorgd door rode en groene lampen. Zo lijkt het dan nog wat. De apen gedragen zich erg rustig. Er wordt niet naar zaken geklauwd waar ze interesse in hebben en ze laten zich makkelijk benaderen.
Ik doe daar maar niet aan mee want een apenbeet lijkt mij niks. Al met al is het hier geen grootse vertoning en eigenlijk kun je de rots van de Noordkaap en de rots van Gibraltar wel uitwisselen (zie de foto`s op de eerste pagina van deze website). Ook de rots van de Noordkaap wordt beheerd door een commerciële uitbater, maar daar is toch wat meer stijl aanwezig. Al was het maar die prachtige filmvertoning over dat gebied. Hierna daal ik weer af, ga tanken en ik ga weer door de douanevoorstelling terug naar het echte Spanje.



Ik ga mijn route door de Siërra`s rijden. Eerst de A-381 maar eens op en via deze weg dwars door het fraaie
Nat. Park De Los Alcornocales. Meer snelweg dan provinciaal en daardoor rijd je op een wat steriele afstand van die natuur. Dat wordt veel beter als ik bij Alcalá richting Ubrique draai. Je rijdt dan vrijwel midden door de Siërra de Grazalema. Imposant, leeg, hard, weerbarstig en heet. Het gras heeft allang het stadium van hooi bereikt zonder dat het gemaaid is. De weg i s een en al bochten, meestal kort en scherp en steeds maar omhoog en omlaag. Bij deze temperaturen is het een soort Cakewalk rijden in een stoompan. Alles wat Rio heet, is slechts oevers zonder water en beddingen zijn verworden tot zanderige ezelpaden.

De weg is een nieuw en prachtig zwart biljartlaken van twee auto`s breed en het verbaast mij dan ook niet om redelijk wat motoren tegen te komen.
Rundvee staat amechtig onder de bomen en alleen de geiten en de gieren, of zijn het adelaars?, lijken het naar de zin te hebben. Kort vóór Ubrique stop ik voor een plaatje en meteen hangen er een stuk of zes van die vliegende keukendeuren boven mijn hoofd. Een slecht teken en ik besluit rap door te rijden omdat uit de hand fotograferen toch niet lukt.

Via Montecorto slinger ik naar Setenil de las Bodegas. Naar mijn schoone zus aangaf, zou dit een heel fraai dorp zijn waar de woningen hier en daar gewoon onder de overhangende rotsen zijn gebouwd. Alles klopt en het zou de moeite lonen er een uitgebreide wandeling door te maken. Het aardige is dat er dus huizen onder die rotsen zijn gebouwd, maar óp die rotsen staan ook weer huizen. Een bijzondere vorm van flatgebouwen. Vanwege de hitte hou ik het op wat steile straatjes nemen met de motor en stop hier en daar voor een foto. Het codewoord in deze streken is kurkeik. Maar gezien de ontwikkelingen op de kurkmarkt zullen die hun langste tijd ook wel gehad hebben.












Hierna ga ik verder naar Ronda. Een stad waard om gezien te worden maar het lijkt alsof de halve stad op de schop is genomen. Er is geen doorkomen aan. Langs een bepaalde lijn is alles afgezet met een muur van aluminium schuttingen en verschillende straten waar ik indraai, zijn stomweg afgesloten zonder dat dit is aangegeven.
De 2720 blijft herberekenen en snapt er geen bal meer van net als ik. “Carmen” blijft maar zeggen dat ik rechts- of linksaf moet waar het echt niet kan. Ik zet haar maar een poosje af (heerlijk zo`n vrouw met een aan- en uitknop) want wegwezen is hier de boodschap en dat doe ik dan ook. Via de 366 ga ik richting El Burgo en rij helemaal door de Siërra de las Nieves. Nóg stiller en onbewoonbaarder.

De weg is erg slecht en regelmatig maak ik wat bokkensprongen. De achterband begint aardig op te raken en zo hier en daar wordt het driften op het hete asfalt. Voorzichtiger rijden is de boodschap. Ook deze weg is een aaneenschakeling van bochten, omhoog en omlaag. Soms ligt er ineens een massa spierwitte huizen te  knetteren in de zon en dan weer vele  kilometers niets. Dan weer sterk ruikende dennenbossen afgewisseld met hectares olijfbomen en af en toe een bosje eucalyptussen. Nooit geweten dat het hete zuiden zo`n mooie natuur herbergt.

Na El Burgo rest mij nog de aftocht naar VillaFranco via Casarabonela. Ik besluit gehoor te geven aan Carmen, die weer mee mag zingen en een paar kilometer vóór VillaF. draai ik de onverharde weg op die zij aangeeft. Wat een feest. Gelukkig is het redelijk te berijden en zo kom ik via een achterdeur vrijwel direct vóór het hek van mijn logeeradres terecht. Voor de statistieken geldt dat ik vandaag in totaal toch weer zo`n 400km heb weggewerkt.
Half negen weg en om ongeveer zes uur weer a casa. Een goed bestede dag.

                                                                                  Veiligheid 

Over het rijgedrag van de Spanjaarden kan ik het eigenlijk niet hebben als je zelf op een boulevard aan het stoplichtsprinten slaat, maar geef een Spanjaard een auto en de macho barst in hem los. Je moet er maar rekening mee houden dat grote groepen rijden als                                   gekken en andere grote groepen vermoedelijk geen benul hebben van waar ze mee bezig zijn.
Een ander opvallend veiligheidsaspect is het vrijwel geheel ontbreken van beschermende kleding. Je houdt je hart vast bij wat je ziet. Een vent van plm.35 met een meissie achterop van een jaar 10, vader en dochter slechts gehuld in sportbroek en T-shirt. Het meissie draagt dan ook nog een soort
                                 fietshellumpie van niks. Dat zie je in Nederland ook wel maar dat zijn meestal de domme uitzonderingen op de regel.

Die vent kan mij niet  schelen maar zo`n kind weet niet wat er kan gebeuren met haar. Nu zou je verwachten dat een overheid hier een taak in heeft maar zelfs de politie rijdt rond in mouwloos zomertenue. Snappen doe ik het wel want mijn zeer
                                 doorluchtige motorkleding waar de wind gewoon doorheen kan waaien, biedt nul komma niks soelaas tegen de hitte. Maar begrip heb ik er niet voor. Ook in Nederland  ontbreekt
fatsoenlijke wetgeving. Op het examen is deugdelijke motorkleding verplicht maar daarna houdt het op.

Trek die lijn dan door en stel het zonder meer altijd verplicht net als het dragen van een autogordel of een helm. Er zal
een moment komen dat verzekeraars hier een rol in gaan spelen door geen (vervolg)schade meer te vergoeden bij het niet dragen van goede kleding. De overheid zeurt over de ziektekosten maar ik zou het totaalbedrag aan geneeskundige en revalidatiekosten wel eens willen zien die alleen al het gevolg zijn van het ontbreken van deugdelijke motorkleding.
Wij zeuren met z`n allen toch ook via de MAG etc. over “eiersnijders” als vangrails?  
Maar hier doen we niets aan. Vervolgens zou via Europese regel- en wetgeving dit soort zaken in ieder land geregeld kunnen worden, lijkt mij logisch als simpel en eenvoudig burger.

Wat ze w
él hebben, zijn echte drempels. Een tijdje dacht ik dat dit fenomeen hier nog niet had toegeslagen tot ik de ultieme drempels tegenkwam waar je slechts stapvoets overheen kunt. Geen geklooi met versmallingen, dijkhoge “waterkeringen” in de weg, grote halve bollen die  baksteensgewijs op ons pad zijn neergevlijd.
Niets van dat alles. Sim
pel een lange strip over  de hele weg. Een strip die slechts een centimeter of 25 breed is en in het midden een 10 á 12 centimeter hoog, lekker bol dus. De eerste dacht ik probleemloos zonder echt snelheid te verminderen te kunnen “nemen”, alle volgende beperkte ik mij tot stapvoets rijden. 
Wat een klappers maak je daarmee! Na een stuk of twintig van die dingen kunnen je schokbrekers  naar de sloop. Ik hoop dat die dingen niet over zullen waaien naar ons  kikkerlandje en ik zal zelf niet meer zeuren, nou ja een beetje dan, over het konkoers   hieppekeu dat je hier af en toe moet rijden.

 

                                                    Volgende
                                                    
 
terug naar boven
 

 
      Gibraltar September 2006     

 








Mijn Foto`s Natuur
Mijn Foto`s Molens
Mijn Foto`s Landen
Mijn Foto`s Steden
Mijn Foto`s Vogels
Mijn Foto`s Macro
Mijn Foto`s Paddenstoelen

Noordkaap 2003
Noordkaap 2004
Noorwegen 2006
Runde (N) 2011
Noorwegen 2014
Sicilië 2004-10pag.
Sicilië 2009
Gibraltar 2006
Dolomieten 2005
Italië 2002
San Juan 2007
Spanje 1997
PortugalZes Romereizen
Engeland-Ierland-Schotland

 










Home
Motoren
FJR 1300a
De Zwerfbus
De Fotografie
Alblasserwaard
De Biesbosch
Garmin GPS
De Reus
Fotocollages
Raffinaderij
Korte Trips
      Wadden Vogeltrip    
      Vogeltrip Den Helder
      Kraanvogels lac du Der
      Fochteloërveen juni `13
Nuttige Links
CONTACT