Pagina 1   Pagina 2   Pagina 4         
                      
                  
Het Eerste Jaar  (Pag.3)

Wij besloten om de route via Monchique en Odemira te nemen. Tot die plaats is het een schitterende route met toen nog ongelooflijk slechte wegen. Na Portugal is niets meer onbeschadigd, zo vrees ik.
In Setubal  (spreek uit, sjtebal) dronken wij koffie met een giga tosti. De beslissing om helemaal binnendoor naar Lissabon te gaan bleek niet zo`n goede. Ergens halverwege werd een enorme markt gehouden die voor grote opstoppingen zorgde. De "page" bood geen soelaas want ook daar was het dringen van jewelste. Kort daarop gingen wij de beroemde brug over. Een werkelijk ongelooflijk groot en hoog gevaarte met een mooi zicht op de omgeving. Helaas moeten foto`s uit een rijdende auto worden gemaakt want stoppen is er niet bij.

Wij besloten om langs de Costa Lisboa richting Mafra te rijden een hele mooie route een beetje om de Serra de Sintra heen. Maar heel Lissabon leek zich voor die route te hebben opgegeven want ook hier was het sukkelen geblazen. In Mafra bleek niemand van een camping te weten. We vonden hem wel, maar die bleek vol. Een man was zo vriendelijk om vr ons uit te rijden naar een andere en hij ontvoerde ons helemaal naar Ericeira aan de kust.
Deze camping stond ons niet aan en nadat de man met de complimenten voor zijn hulp was vertrokken, gingen wij terug via een andere route richting Lissabon. In de buurt van Sabugo en Vale de Lobos  vonden wij de gouden spot. Bij de eerste aanblik waren wij meteen verkocht. Mijn eerste gedachte was: "Apocalyps Now". Een soort oerwoudkampement met al die loshangende slierten aan de eucalyptusbomen. Het bleek een familie- of clubcamping voor mensen uit Lissabon, de Club de Campismo de Lisboa.
(nu in 2008 ziet e.e.a. op de site er veel moderner uit dan in 1994) Een klein paradijs voor hen die in de enorme woonkazernes huizen in plaatsen als Lissabon en zoals je dat ziet In Zuid Amerika. In recordtempo de tent opgezet, de motor afgeladen, douchen en daarna het "restaurant" opgezocht. De douches zijn naar goed Portugees gebruik een puinhoop. Van de een sluit de deur niet, in de andere ontbreekt de doucheslang, weer een andere ontbeert de warmwaterknop etc.
Wij kozen samen voor een douche met een deur die niet op slot kon. Dat leidde tot protest van een knaap die bij het personeel lijkt te horen. Dat negeren wij maar even en ik wijs hem later op de diverse tekortkomingen. Excuses volgden.

Het restaurant bleek een kantine die stampvol was en waar het een kabaal van jewelste was. Er bleken twee Portugese menu`s, simpel maar redelijk. De soep was aan Gerda welbesteed, maar ik zag hem niet zitten. Inclusief toetje, wijn en koffie moesten wij het "enorme" bedrag van fl 18,90 neertellen. Op de camping heerste een enorme drukte en nog moe van de rit van vandaag gingen wij vroeg slapen om `s morgens wakker te worden in een soort ghost town. Het blijkt nu dat de Portugezen op zondagavond allemaal terugkeren naar huis. Er blijft alleen wat campingpersoneel achter dat alles opruimt en schoonmaakt. Tot het laatste blaadje wordt uit het zwembad, dat wij helemaal voor onszelf hebben, gevist. Als wij over de camping lopen heerst er een haast weldadige rust en niets is afgesloten. Fietsen van kinderen, barbecues, tuinameublementen, allerlei losse spullen bij de caravans, alles is hier blijkbaar veilig. Vanwege het feit dat de eucalyptussen een kleverig goedje afscheiden, staan alle caravans onder een soort afdak en de meeste staan zelfs in een soort grote tent.

 Waar vind je zo`n paradijs?  De tent staat op een wat hoger plekje achter bossages. Ook voor de Yamaha is plaats. Op de camping is een beheerder, Mario, die zelf op een witte Honda VFR750rijdt en een gesprek is dan snel aangeknoopt. Vanwege de slechte wegen, zeker in het binnenland, rijdt hij ook met een landrover en hij biedt ons aan om ons een van de volgende dagen naar
Queluz te brengen dat vlak vr Lissabon ligt. Daar kunnen we het paleis bezoeken en de trein nemen naar Lissabon. Over beide plaatsen krijgen we veel informatie van hem die we dankbaar zullen gebruiken. Zo blijkt in ons eerste bezoek dat Portugezen heel aardige mensen zijn, hulpvaardig, vriendelijk en gastvrij. Zo gastvrij dat het wel eens moeite kost om het haast dwingende verzoek om vooral mee te eten af te wijzen.













                                                    


 

 

 

 

 

 

Heel bijzonder is ook te zien dat ook hier op de camping de mensen zo dicht op en bij elkaar staan. Je zou denken dat wanneer je in die enorme wijken met flats woont waar de hele en elke dag de was wappert, er geloop een gedoe is van massa`s mensen, zij prijs zouden stellen op rust. Niet daarvan. de caravans staan vrijwel mannetje aan mannetje. Het aardige is wel dat er verschillende trappen zijn naar hoger gelegen gedeeltes. Je krijgt het idee alsof je in een soort sloppenwijk ronddoolt zoals je wel ziet in Rio de Janeiro. Maar tegelijkertijd is het heel knus allemaal vooral door de manier waarop men als n grote familie met elkaar omgaat. Deze dag doen we ook wat boodschappen in Sintra dat wij nog zullen bezoeken en in de middag maken wij langdurig gebruik van ons priv zwembad.

De dinsdag begint met mist die als een natte deken over de camping hangt. Zo is mijn hoofd ook en ik heb moeite om de lol in de dag te vinden. Maar na het ontbijt en een bakkie trekken we onze motorkleding aan en gaan goed ingepakt op weg naar Sintra om het
Palacio de Pena te bezoeken. Na een kilometer of tien begint de zon te schijnen en het wordt een mooie dag met onwaarschijnlijk mooie (motor)wegen. Een schitterende weg, meer een weggetje, is van Sintra naar Colares de N247 en verder naar Malveire da Serra de N247-4. Het andere loopt van Sintra naar het paleis, steil en ng steiler met scherpe bochten en het blijft maar stijgen met mooie vergezichten en soms helemaal geen zicht door het bos dat alleen een donkere schaduw biedt. Voor motorrijders is dit smullen geblazen. Als we boven zijn en zien dat je alles in moet leveren en geen foto`s mag maken, besluiten we lekker buiten te blijven. Daar schiet ik nog wat plaatjes.



 










 
Een soort van suikergoedpaleis waarin diverse stijlen aanwezig zijn door de lange bouwtijd

Dan duiken we de berg weer af en zetten koers naar Colares waar wij genieten van koffie met gebak. Daarna gaan we op weg naar
het mooie Capuchos waar zich een kapucijnerconvent bevindt. Het ligt aan de N247-3. Het is uitgehouwen in de rotsen en de monniken hadden kleine cellen die ze tegen de kou met kurk hebben bekleed. Alles is een beetje duister, de oude tuin is wat verwilderd en mede daardoor van grote schoonheid.
 










Na dit bezoek gaan wij terug naar Sintra zelf om nog even daar rond te kijken bij het stadhuis en huizen met mooi tegelwerk aan de gevel. Sintra is een mooie stad met mooie huizen en gebouwen waaronder het Palacio National.

 

 


                            
  Diverse Arabische en Portugese "stijlkamers" in het paleis

De volgende morgen brengt Mario ons met zijn landrover naar Queluz. Onderweg krijgen we "zijn verhaal" te horen. Dat hij al op z`n elfde moest gaan werken en nog slaag toe kreeg als hij fouten maakte etc. Ook verhaalt hij veel over Portugal, het bewind van Salazar en de dichter Camos. Als hij ons bij het paleis dropt, is hij nog lang niet uitgepraat. Wij staan op een groot plein met het paleis aan de overzijde. het is nog gesloten dus wandelen we wat rond. Eenmaal binnen de hekken blijkt het een niet zo groot paleis met een schitterend aangelegde tuin. Het is een soort klein Versailles. Een enkele zaal is wel aardig en er liggen mooie houten vloeren in. Aan de buitenzijde doet de zon zijn vernietigende werk aan de verf, die er afvliegt en het geheel onverzorgd laat lijken.







 


 




Diezelfde zon zorgt voor een aangename temperatuur deze morgen en het is heerlijk slenteren in de fraaie tuin. Het wordt een beetje een bliksembezoek binnen want erg veel is er buiten de rijk gedecoreerde zalen niet te zien. Daarom wandelen wij op ons gemak naar het station om de trein naar Lissabon te nemen. We verbazen ons over de ontzettend lage prijs van de kaartjes. Voor 90 hele Escudo's staan we bijna in het centrum van Lissabon. Een soort boemeltje zoals van Zwijndrecht naar Rotterdam alleen kost dat bij ons een veelvoud. Dat zal wel snel veranderen denk ik.

Lissabon is een prachtige stad, wat kan ik anders zeggen. We zijn op een bijstation uitgestapt omdat het CS wordt verbouwd. We nemen eerst eens koffie om te bekijken wat we gaan doen. We besluiten om eerst naar de elevadore te gaan.
 Een lift die gebouwd schijnt door meneer Eiffel van de toren in die andere grote stad. Je komt daarmee van de bairro baixa in de bairro alta, de beneden- en de bovenstad. We kijken hier wat rond en het uitzicht dat we dachten te vinden hier valt wat tegen. Omdat we geen zin hebben helemaal terug te lopen, nemen we de lift weer naar beneden. Het is gezellig druk in de hoofdstraat, alleen zitten er nogal wat bedelaars die hun kunsten of hun gebreken tonen om aan geld te komen. Soms zijn ze afstotend om te zien. We besluiten tramlijn 28 te nemen die ons hortend en stotend, hijgend en puffend omhoog zal sjorren naar het Miradouro de Santa Maria.

Hier heb je een mooi uitzicht over de stad en de haven met de monding van de Taag. Op de weg omhoog krommen de rails zich om de oude S en het is hier dat volgens mij de zekeringen uitvallen. De tram komt tot stilstand en de bestuurder herstelt de zaak door een grote handel over te halen. Piepend en knarsend komt de zaak weer op gang. Na het Miradouro wandelen we naar de oude wijk Alfama en zoeken een visresta
urantje op. Je hoeft hier niet echt te zoeken want het wemelt er van. Na de vis dalen wij weer verder af naar de hoofdstraat en lopen naar de haven.
We komen uit op een groot plein waarop een groot standbeeld van Hendrik de Zeevaarder.
Hierna werd het even zoeken naar het busstation om weer naar Sabugo te komen. Dat lukte niet helemaal en in Malveira beduidde de overvierkante chauffeur ons dat we er hier uit moesten. Het werd nog een heel gezoek naar zoiets als een taxi maar ook dat lukte. Een reis van bijna twee uur zou het worden. Eenmaal op de camping was onze eerste gang naar het zwembad voor enige verkoeling en de avond brachten wij door met een paar Oostenrijkers, Mario en een paar flessen wijn.

Er komt een lang weekend van vrijdag tot en met maandag aan voor de Portugezen en wij besluiten om pas zondag te vertrekken. Dan kunnen wij ook de intocht meemaken van de "clubleden". De donderdag wordt een luie dag en in de ochtend doen wij wat boodschappen. Petje af voor de schoonmakers want op het hele kamp is geen blaadje of rommeltje meer te vinden. We maken nog een aardige rit per motor in de omgeving en ontsnappen aan een ongeluk. Net vr een bocht lijkt er een stroompje water over de weg te lopen. uiteraard rijd ik daar doorheen en stuur de bocht in meteen begint de motor te slippen en te slingeren. Gelukkig rijden we op toersnelheid. Er komt een tegenligger aan die goed op zit te letten want hij ziet ons gedoe en gaat in de remmen. Pal voor zijn bumper komen wij tot stilstand. Mazzel. Ik ga lopend terug om te zien wat dat stroompje was. het bleek een vettige substantie en geen water. Doordat die vettigheid op n plek van de banden zit, schoot ik bij iedere omwenteling een stukje weg en raakte bijna de macht over het stuur kwijt. We komen goed weg en van de schrik lummelen we verder de dag af aan en in het zwembad.

`s Avonds gaan we eten in het campingrestaurant want voor zo weinig geld kunnen we zelf nauwelijks koken. Als het donker is, worden wij nog verrast door een ballet van honderden vuurvliegjes. Een aardige voorstelling. Hoewel het pas donderdag is, zijn er toch al een paar leden van de club gearriveerd. Dat wordt morgen dus de grote intocht uit Lissabon.

In de nacht waren er wel wat onweersdreunen die maar moeizaam doordrongen. De morgen bracht ongeveer dertien druppels regen en daarna ging de grote lamp weer aan. Buiten zit een stelletje mezen te klieren en buiten de camping staat een stevige wind die onze tent niet kan bereiken. In de morgen gaan wij nog een keer naar Sintra en na de koffie toeren we naar Cabo da Roca. Onderweg pikken ook Praia das Maas even mee. Het ziet er allemaal schitterend uit. In Praia is een mooi visrestaurant waar wij van een heerlijke vissoep genieten en een schotel zwaardvis. Als afsluitertje een bak verse aardbeien met slagroom. Tussendoor heeft de kok een grote octopus gekookt die vuurrood, trillend, dampend en wel op een grote schaal buiten bij de ander zeevruchten wordt gezet. Alles uit zee lijkt hier aanwezig en het is erg druk, meestal een goed teken.














Dan tuffen we verder naar Cabo da Roca, het meest westelijke puntje van Europa en daar moet je natuurlijk geweest zijn. De Noordkaap, Gibraltar, Cabo da Roca en wat moet dan nog het oostelijkste punt zijn/worden? Bij de vuurtoren laten wij ons op de kiek zetten door een jong stelletje uit Nederland dat hier is vanwege internationale vliegerwedstrijden. Prachtige kust hier en na enige tijd stijgen wij weer op om door te rijden naar Boca do Inferno, wat zou dat nu betekenen?
Het is een beetje betrokken en een beetje drukkend. De maaltijd in Praia was blijkbaar pittig want een hevige dorst verleidt mij tot een pot bier. gemakshalve ga ik er maar van uit dat de alcohol in deze omstandigheden snel verdampt is, want we moeten nog verder. Ook hier is het gezellig druk zowel aan het strand als op de terrassen.





Op zich is het een route van slechts 80km. maar het is prachtig weer, er valt veel te kijken en te genieten en pas tegen zes uur zijn wij weer terug voor een verfrissende duik in het zwembad dat nu toch heel wat drukker is. Het lange weekend is duidelijk losgebarsten en alle caravans lijken bezet. Sao Pedro wordt gevierd en de camping wordt uitbundig versierd. De cupfinale tussen Porto en Sporting vieren wij niet mee. We blijven lekker bij de tent met een glaassie wijn en kijken en luisteren naar alle Portugezen om ons heen. Het blijft lang rumoerig maar we slapen vlot in.

De volgende dag is het afrekenen en inpakken geblazen. Ontbijt, boodschappen en een noodzakelijk bezoek aan een dienstdoende apotheek vanwege de hooikoorts van Gerda vullen de ochtend. We maken in de middag alles gereed voor vertrek en voor de nacht zetten we de kleine tent op, dan zijn we morgen snel weg. We vertrekken naar deel 4 van dit eerste jaar en dat gaat over de Serra de Estrela.


               Vorige                                                                                               Volgende

                                                                              terug naar boven

 

          PORTUGAL 1994    

 







 










Home
Motoren
FJR 1300a
De Zwerfbus
De Fotografie
Alblasserwaard
De Biesbosch
Garmin GPS
De Reus
Fotocollages
Raffinaderij
Korte Trips
Nuttige Links
CONTACT




Home
Motoren
FJR 1300a
De Zwerfbus
De Fotografie
Alblasserwaard
De Biesbosch
Garmin GPS
De Reus
Fotocollages
Raffinaderij
Nuttige Links
CONTACT


 

 

 

 

 


Mijn Foto`s Natuur
Mijn Foto`s Molens
Mijn Foto`s Landen
Mijn Foto`s Steden
Mijn Foto`s Vogels
Mijn Foto`s Macro
Mijn Foto`s Paddenstoelen
Noordkaap 2003
Noordkaap 2004
Noorwegen 2006
Runde (N) 2011
Sicili 2004-10pag.
Sicili 2009
Gibraltar 2006
Dolomieten 2005
Itali 2002
San Juan 2007
Spanje 1997
PortugalZes Romereizen


 



                                                                                                1994  1998  1999  2000