Eerste Week

Met hier de foto`s: https://photos.app.goo.gl/JG0zAoqKPmUUGWG03

Het begin van dit verslag schrijf ik op vrijdagavond 4 juni. We zijn al drie dagen onderweg maar tot nu was er geen gelegenheid om iets op papier te zetten. Steeds was ik te moe of te laat op een camping en had ik geen zin meer om na het bereiden van wat voer, het zetten van koffie en het wassen van de billen de laptop uit zijn jas te halen. Maar vandaag zijn wij op tijd gestopt en nu om acht uur is dan het moment aangebroken om er iets van te gaan maken.   

                                                                               Het begin! 

Dat begin ligt natuurlijk besloten in het einde van de motorreis van verleden jaar die ik door pech heb moeten onderbreken. Daar was al het vaste besluit gemaakt om terug te keren naar dit fantastisch mooie land. Deze keer gaan we echter met de zwerfbus.
De voorbereidingen nemen op zich niet zoveel tijd in beslag want inmiddels ken ik het land een beetje en weet wel wat er nodig is om, als het echt nodig is, los van campings etc. te  bivakkeren hier. We zullen echter gebruik maken van campings omdat je toch je bewassing en toilet nodig hebt. Maar we kunnen eventueel zonder. Het enige grote verschil met verleden jaar ligt in het feit dat we per boot oversteken van Hirtshals naar Kristiansand en omgekeerd. |

Dit is allemaal soepel te regelen via internet en zodoende geen probleem. Zo komt dan de tweede juni aangevaren. De dag ervoor heb ik nog een laatste middagdienst gedraaid. De bus is al helemaal geladen en ingericht, het enige is nog het aftanken aan de dijk en we kunnen van start. Om half acht stoom ik op naar mijn reismaatje Sonja en vandaar vertrekken wij om half negen precies. Er zijn weinig problemen op de weg en het enige probleem ben ikzelf. Ik rij even mis vóór Apeldoorn en bijgevolg moet ik een flinke omweg maken om terug te keren naar de A-1 die ons naar Duitsland moet voeren. Eigen schuld dikke bult maar we hebben de tijd. Voor de rest valt er weinig te vertellen over deze reisdag want het liep op de bekende rolletjes. Totdat we ergens bovenin Denemarken op een enorme file stuitten. Totale stilstand met af en toe een klein stukje rijden. De oorzaak van deze file bleek een groot ongeluk waarbij een tiental auto`s en o.a. een bestelbusje betrokken waren. Het bestelbusje was de lading en de hele achterkant kwijt. Ook de andere wagens zaten flink in elkaar, de meeste total loss zo op het oog. Of hier nog fysiek schade geleden is, weten wij gelukkig niet maar een puinhoop was het wel. Het kostte ons uiteindelijk een vol uur.

We besloten aan te leggen bij een camping in het plaatsje Skørping een kilometer of veertig vóór Aalborg. Onderweg bemerkte ik dat de zwerfbus een ander geluid ging maken en van binnenuit concludeerde ik dat de uitlaat lek moest zijn. Dat kon er na al de pech en kosten van de afgelopen maanden ook nog wel bij. Bovendien komt zoiets altijd ongelegen dus als je ver van huis en op vakantie bent, net zoals de koelwater- en brandstofpompperikelen op Sicilië. Na aankomst op de Safari Camping kocht ik een blikje bonen, het goedkoopste om de inhoud weg te gooien, vroeg de kampbeheerder om wat ijzerdraad en toog aan de slag. Terwijl de kip met kerrie stond te ontdooien en welhaast aan te branden, verrichtte ik als in mijn beste dagen het kunstje van het repareren van een uitlaat door middel van blik en ijzerdraad. Achteraf een zinloze daad maar dat wist ik de volgende morgen pas.

Na de discipline van thee, broodje en koffie togen wij na het betalen van de rekening weer op weg. Maar eerst even langs de garage om een paar slangenklemmen te kopen waarmee eventueel de schade, een afgerotte koppeling, opnieuw gerepareerd zou kunnen worden.
Bij de garage aangekomen, vroeg ik om de klemmen maar daar wenste men niet zomaar op in te gaan. Ik moest en zou de smeerput op want ze wilden wel even kijken wat er nodig was. Bang om een hele uitlaat met alle kosten van dien aangesmeerd te krijgen zoals in Nederland gebruikelijk is, probeerde ik de boel af te houden maar dat lukte niet. Ik móest die put op.
De klus werd bekeken en de monteur zou er een stukje pijp tussen zetten en zou in veertig minuten klaar zijn. Daar ging ik mee akkoord want beter met een goed gerepareerde uitlaat verder dan het risico lopen op nog meer geknutsel onder een auto. Een hulpje toog aan het werk en inderdaad was na een half uur de klus geklaard. De kosten van het geheel bedroegen Dk. 196,=  oftewel het lullige bedragje van 26 neurootjes. Daar kan menige garage in Nederland een puntje aan zuigen en een voorbeeld aan nemen. Gewoon snel en goed geholpen zonder iemand financieel te lubben. Italiaanse toestanden dus ook in Denemarken en opnieuw hulde aan dit soort vakmensen die in Nederland door het gepeupel van de Bovag beunhaas genoemd zouden worden!!

Na de reparatie werd de steven weer in de richting van Hirtshals gedirigeerd. Op ons gemak waren wij daar na een uurtje of twee en veel te vroeg om al in te checken. Daarom nog maar even passagieren in het plaatsje zelf. Op zich stelt het niet veel voor. Het is te vergelijken met een soort klein Den Helder. Veel werk aan de werven aan vooral vissersschepen. De visserij lijkt niet al te groot want de visafslag was zeer beperkt van omvang.
Na de wandeling, de aanschaf van een afwasbak en het nuttigen van koffie met koek kwam het inchecken en inschepen bij ColorLine. Dat gaat er zeer geroutineerd aan toe en precies om 13.45 uur vertrokken wij.
De overtocht ligt op de grens van de Noordzee en het Skagerrak. Ik had wel op een zeetje gerekend maar zo glad als het vandaag was, is eigenlijk niet leuk. Anders gezegd er is zo geen bal aan. Liever had ik windkracht 8 of 9 gezien, maar ik geloof dat mijn maatje er wel blij mee was. Die begon al te piepen bij de geringste beweging die werd bemerkt ook al was het alleen maar doordat ik die suggestie wekte door licht met mijn lichaam heen en weer te wiegen. Ik hoop dat dit bij het aanschouwen van de walvissen beter zal gaan.

Het enige vermeldenswaardige betrof natuurlijk weer de Teutonen. Tijdens het inchecken zag de OberSturmbahnFührer van een groep motorradfahrer kans om zijn dikke lijf en motor juist vóór een in de rij optrekkende Noor te wurmen. Met brede armgebaren alsof hij een peloton van de Wehrmacht aan moest voeren, trachtte hij de rest te bewegen hetzelfde te doen.
Slechts het stugge doorduwen van de Noor voorkwam dat. Aan boord waren wij opnieuw getuige van hoe dit fraaie volkje zich kan gedragen. In een van de hallen kwam onze OberSturmbahnFührer de trap af, zag iemand van zijn groep die blijkbaar van het rechte pad afdwaalde en zoals alleen een Duitser dat kan, riep hij met luide stem een niet mis te verstaan HALT!! Iedereen sprong gelijk in de houding, tenminste dat was toch wel het minste waar hij op rekende maar wat niet gebeurde, en wij schoten in de lach. Het blijven toch bijzondere mensen.

Na aankomst in de haven van Kristiansand was ik nog even beducht voor de Noorse douane waar ik van dacht dat zij nogal streng zouden zijn. Mede gezien het boeteniveau aldaar leek het mij beter om de aanwezige kaas maar op voorhand in de afvalbak tussen de voorstoelen te deponeren alsof het weggegooid was.
De eieren waren diep in het ruim verstopt,  een knappe dienaar der wet die ze zou vinden. Allemaal overbodig natuurlijk. Na het passeren van de customs stopte ik nog eventjes om een Tall Ship op de kiek te zetten, want driemasters zie je niet meer zoveel.

We koersten via de 41 Noorwegen in op weg naar een of andere kampong. Er van uit gaande dat de meegenomen wegenkaart klopte, doken wij een zijweg op die naar een kampong bij Tovdal zou voeren. We hebben daar menige kilometer op verspeeld want het hele dorp leek niet eens te bestaan. Geen Tovdal maar een Sofdal zou ik zeggen.
In eerste instantie besloten wij uit vermoeidheid maar wild te gaan kamperen op een doodlopend bosweggetje dat stopte bij de rivier. Na het verorberen van de pasta met vis gingen wij toch maar weg.
Een bezoek aan een ordentelijk toilet was nodig en de behoefte aan een bad liet zich ruiken.

In arrenmoede dus opnieuw op pad, terug naar het punt waar wij waren afgeslagen.
We bleken eigenlijk niet eens zo ver, van dat punt gerekend, uit de buurt van een natuurcamping. Ongeveer 2,5 km. van de hoofdweg en via een onverharde weg bereikten we die. Vrijwel niemand aanwezig maar een papier aan de deur van de receptie vertelde ons dat wij min of meer onze gang konden gaan.
We installeerden ons en namen samen een douche want we hadden maar één munt van tien kronen. Uitstekende voorzieningen zoals trouwens in heel Noorwegen het geval is en gewoon open en toegankelijk voor iedereen. De boel achterlaten zoals je het hebt aangetroffen, is de enige voorwaarde en het werkt hier nog steeds. En niet vergeten om even af te rekenen met de eigenaar die meestal in een huis in de buurt woont. Lekker maffen en een koppie thee `s morgens waren gewoontegetrouw ons deel.

We gingen op zoek naar de eigenaar die in één van de laatste huizen bleek te huizen. Wij vertelden hem dat wij op zijn camping hadden vertoefd zonder dat hij dat had geweten en dat wij slechts 70 Nok hadden om zijn rekening van 160 Nok te voldoen. Hij was redelijk verbaasd dat wij dat allemaal eerlijk kwamen vertellen en hij stelde dat dermate op prijs dat hij genoegen nam met de 70 Nok. We hadden tenslotte ook zo weer weg kunnen gaan.
Bij het weggaan zag ik dat er nogal wat bomen bleken omgeknaagd en toen begreep ik pas de bedoeling van het beeldje van de bever op de camping. Dit was zoiets als bevercountry en zij knabbelden er hier lustig op los. Ze hebben echter nog even te gaan voordat de laatste boom daar is geveld.

In de nacht was het licht gaan regenen en dat werd er niet beter op, hoewel het meestal beperkt bleef tot druilen. Onderweg maakten wij weer kennis met de bekende knakworst met spek en een broodje. Bakkie erbij en je kunt er weer een poosje tegen. Bij het tankstation in Notodden lagen ook twee grote verzamelingen van boomstammen klaar om uit het water gehaald te worden voor verder transport of verwerking. Het is leuk om te zien hoe die mannen daar overheen lopen en hun werk doen. Via de geplande route die soms over zeer fraaie maar zeer smalle wegen voerde, bereikten wij de camping waar ik nu zit te typen.

Vlakbij
Gjøvik  waar intussen toch volop de zon schijnt. Het is hier heerlijk toeven aan de Mjøsa. Opnieuw hebben wij onze tent aan de bus geknoopt en dat bevalt goed. Gisteren hebben wij dat voor het eerst uitgeprobeerd op de natuurcamping en dat bleek maar goed ook. Als het regent hebben we genoeg ruimte om eronder wat te kokkerellen en te zitten.
Nu, om kwart over tien is het nog steeds zo licht dat je een boek kunt lezen zoals mijn maatje tegenover mij doet. Ikzelf kan eindelijk gewoon op mijn scherm kijken want de ergste zonneschijn is weg. Vandaag zijn wij op tijd gestopt en zodoende konden wij een lekker bordje nasi met een gebakken eitje en pindasaus wegwerken.

Na het eten kwam een ouwe Duitser zichzelf presenteren. Ongeschoren en stinkend in de wind stond hij een en ander te beuzelen over zijn overtochten en vorige reis naar de Noordkaap. Dit zat zijnde, probeerde ik wat Nederlandse geintjes over Duitsers op hem uit, maar op mijn vraag waarom de Duitsers zo’n grote kop hebben, schoot Sonja in de hik van het lachen.
Toen lukte het mij ook niet meer om mijn verhaal droog af te maken maar ik hielp hem toch door te zeggen dat anders die grote mond er niet inpast. Door van tevoren aan te geven dat ook ik eigenlijk een Duitser ben, meende ik de pijn wat voor hem te verzachten. Na nog enig geneuzel, kon ik hem af laten druipen door te zeggen dat ik verder moest met mijn tikwerk. Daar ga ik nu mee stoppen want het is half elf en tot zo ver is het relaas wel compleet. We gaan de klaarlichte nacht in op weg naar morgen zaterdag 5 juni en op weg naar Trondheim. 
 
                                                                      
Zaterdag 5 juni 

Het is kwart over acht en de camping is nog doodstil. Zelfs nog geen kinderen maar ook die zijn natuurlijk laat naar bed gegaan. Wie kan er nou slapen als het nog zo licht is? Het is een typische familiecamping vlakbij Gjøvik dat op zijn beurt niet zo ver van Lillehammer en Hamar ligt. Zelfs Oslo ligt op rijafstand, zo`n 175 km. Hier komt men het weekend doorbrengen.
Er zijn geen stacaravans te zien en ik vraag mij af of men die wel kent in Noorwegen. Wel zie je hier gigantische tandemassers van het merk
Kabe, die meestal voorzien zijn van een even gigantische Isabella voortent die op een soort houten veranda is gebouwd. Lekker hutje bij mutje en wellicht jaren tegen dezelfde koppen aankijken. Maar het kan hun lust en hun leven zijn. De voorzieningen zijn hier weer Noors dus uitstekend en we nemen eerst maar eens een lekkere dusj. Daarna volgt de dagelijkse gang van zaken dus ontbijt met thee en aansluitend koffie.

Zoals te doen gebruikelijk wanneer je eindelijk iets anders dan gewoonlijk ziet, zit er een paar Noren vanaf hun super-de-luxe veranda naar ons gedoe te gluren.
Noren zijn in het algemeen nogal stug en zullen zich nooit zomaar met je bemoeien. Ze knipperen niet eens met hun lichten als je vergeten bent je eigen kaarsjes van de auto aan te steken.  Niemand die jou zomaar goedendag zegt of wat dan ook. Zelfs een hardnekkig en luidop toegeroepen Goedemorgen!! wordt niet of ternauwernood beantwoord waarbij men van de schrik bijna zijn of haar tong inslikt en struikelt over het eigen antwoord. Dat is even wennen, maar dan moet je ook maar vóór je kijken.
 
Ik moet mij nog omkleden van trainingspak, waar ik niets onder aan heb, naar gewone kleding. Om mijn ongenoegen over hun gegluur kenbaar te maken, besluit ik gewoon met mijn blote kont naar hen toe te gaan staan en op mijn gemak mijn onderbroek etc. aan te trekken. Dit ontlokt alleen commentaar van mijn tafelgenoot en als ik mij omdraai, is de Noor van zijn veranda verdwenen. W
e klappen de boel weer in elkaar en om half tien gaan wij ons weegs. Wij melden ons bij de E-6, la grande route a la Noordkaap. Gedwee volgen wij die onder een lekker zonnetje, maar wat lichte bewolking in de verte is verontrustend aanwezig. Bij het plaatsje Ringebu gaat er een belletje rinkelen op mijn harde schijf en wij slaan af naar de zich aldaar bevindende staafkerk. Het ziet er fraai uit en na Nok 40,- p.p. te hebben gestort, mogen wij naar binnen.
Foto`s mogen niet worden gemaakt want dan kun je de aanwezige ansichtkaarten en dia`s wel weggooien. In de vaste overtuiging dat hiermee het voortbestaan van dit godshuis wordt verzekerd, voldoen wij gaarne onze toch pittige contributies. Buiten neem ik als wraak toch een paar foto`s want dat mag tenslotte. Voort gaat het weer met de trojka naar Otta en
Dombås. Daar gaan wij langzaam de hoogvlakte van de Dovrefjell op, althans de weg loopt langs de rand hiervan.

Een keiharde wind en hier en daar wat sneeuw is ons deel evenals de gedeeltelijk besneeuwde bergtoppen die onder handbereik lijken. Je zit hier boven de boomgrens dus er is geen beschutting. Hoewel we van plan waren hier even een cup a soep te nuttigen, zien we daar sportief vanaf en nemen genoegen met koffie en een koekie in de bus terwijl wij verder rijden naar Berkåk. Daar wil ik afslaan om via het Orkdal naar Orkanger te rijden. Een fraaie route die wordt begeleid door de rivier Orkla
waar het vliegvissen veel wordt beoefend. Na Orkanger links de E-6 op en dan naar Trondheim. Hier begint weer het grote vangen want in totaal betalen wij Nok 65,= om van de rondweg gebruik te mogen maken.

In plaats van de camping van vorig jaar op te zoeken, besluiten we om wat verder door te rijden gezien het tamelijk vroege tijdstip van vier uur. Intussen is de dreigende houding van de bewolking van vanmorgen omgezet in een krachtdadig samenspel van wind en regen. Af en toe wat harder maar heel geleidelijk wordt het bij het naderen van de kampong wat droger. Onderweg bedenken wij dat het wel goed uitkomt om deze keer een hytte te huren. Gewoon in een droog huisje zitten, lekker warm en uit de wind. Gewoon aan tafel een happie eten en zoals nu je stukkie tikken op de computer. Ga dat eens buiten doen bij windkracht 6 á 7 en je dus aan de tentstokken moet hangen om niet weg te vliegen. We zijn aangeland op een camping vlakbij
Steinkjer. Voor Nok 300,= inclusief twee munten om te douchen ben je helemaal uit de brand.








Wind, wolken en golven komen hier recht op ons aangestormd vanuit de Trondheimsfjorden en de Beistadfjorden. We staan zo`n beetje aan het eind van de fjord en kijken door het venster naar dit mooie geweld. Tussen de bedrijven door maak ik wat te eten. Deze keer wat uien in de pan, een paar tenen knoflook, een blikje tonijn, een scheut saus uit een pot en tenslotte wat pasta. Dit alles gelardeerd met zout, peper, oregano, basilicum en begeleid door een zakje kroepoek, maakt dat we weer met een gevuld buikje kunnen gaan slapen. Het is pas acht uur als ik deze laatste regels tik dus we zijn nog niet plat.
 
Morgen gaan we de 17 op, de oude kustweg die ik nog niet ken. Hoe dat zal gaan, weet ik niet maar zeker niet snel vanwege het aantal veerboten die wij tegen zullen komen. Als het zo blijft waaien, verwacht ik morgen wel een schone lucht. Ze zijn gewaarschuwd daarboven. Tijdens onze maaltijd werd langzaam het wolkendek uiteen gereten en kreeg de zon kans om naar de aarde door te breken. Daarbij ontstonden de voor mij zo mooie Noorse luchten die ik deze keer eens heb vastgelegd en die een plekje zullen vinden in dit verhaal en op andere plaatsen, wellicht op het world weird web.

                                    Zondag 6 juni 

In meerdere opzichten zal het een gedenkwaardige dag worden en een die makkelijk in de herinnering blijft hangen. De dag begon al vroeg want om 05.15 uur klonken reeds de klaroenstoten van de reveille. Na de dagelijkse beslommeringen was de hut om 07.15 uur weer helemaal klaar voor de volgende zwervers en konden wij opkrassen.
Na de regen en het stormpje van gisteravond begon de dag met een waterig zonnetje maar al snel zaten we toch weer met de ruitenwissers op de interval. Druilen met een buitje zogezegd. De eerste opdracht is tanken en dat doen we al snel met de bedoeling om de eerste duizend kilometer vooruit te kunnen.
Het afrekenen vergt enige moeite want de machine van de creditkaart gaf op mijn kaart de geest en weigerde alle diensten.
Ook een manier om de credit cards te weigeren natuurlijk. Ik had van tevoren besloten de oude kustweg de 17 te gaan volgen en dat doen we ook. Een zeer juiste beslissing want dat is een overweldigend mooie route. Zoals voor veel andere delen van Noorwegen al geldt, is ook hier sprake van een voortdurend wisselend beeld dat je krijgt gepresenteerd. Achter iedere kromming of bocht, na iedere tunnel word je steeds weer verrast door de beeldwisseling. Ga je met uitzicht op een meer of rivier de tunnel in dan kom je eruit terwijl je dan naar imposante bergen of een dal of een fjord zit te kijken. En het gaat maar door. Er is ook bijna geen recht stuk weg. Omhoog of omlaag, een bocht links of rechts maar steeds glooiend en nooit echt scherp. Onderweg moet ik regelmatig de bus uit om wéér een fantastisch plaatje te maken van de uitzonderlijke wolkenluchten die samen met de zon en het landschap er een fabuleus feest voor het oog van maken. Na Steinkjer dus de 17 op richting Namsos. Wat een rust heerst hier! Nauwelijks verkeer en iedereen houdt zich hier aan de snelheid wat niet zo vreemd is met het Noorse boetebeleid. Dat mogen ze van mij in Nederland ook invoeren.

Bij Holm komt de eerste veerpont voor een korte oversteek naar Vennesund. Vervolgens komt Horn aan de beurt waar wij een half uurtje mogen wachten. Mógen, want de omgeving verveelt nooit. We steken over naar Anndalsvågen en die overtocht duurt ongeveer tien minuten. Tijd om even de sjalon een bezoek te brengen en een bakkie te nemen is er dan eigenlijk niet en dat laten we dan ook maar.
We zullen het niet over de prijs van het varen en de consumpties hebben want die is bekend hoog.
De volgende boot ligt onder stoom in Forvik en die moet tussen wat eilandjes door manoeuvreren om bij Tjøtta te bereiken. Hier is wel tijd voor een versnapering omdat het drie kwartier varen is.

Bij Levang komt er weer een korte oversteek van een minuut of tien naar Nesna. Dan komen we op het punt of wij de oude kustweg blijven volgen of dat wij kiezen voor de E-12 naar Moi I Rana om vervolgens in een straf tempo via de E-6 richting de Noordkaap te gaan. We besluiten om op de 17 te blijven want het hart is veroverd. Bovendien zullen we de poolcirkel al varend passeren tussen Kilboghamn en Jektvik wat ook aardig is. Eenzelfde symbool als op het vaste land staat hier aan de oever van het eiland Sundøya.

Van lieverlede knapt het weer op en al met al kunnen we terugkijken op een dag met erg mooi weer. De boot wacht in Kilboghamn, opnieuw een tocht van ongeveer een uur naar Jektvik. Hier gaat het mis want nu blijkt dat we ruim twee uur moeten wachten op de eerstvolgende boot. We nemen daar wat slecht te verteren junk food tot ons want om nou op de kade te gaan kokkerellen, gaat ons wat te ver. In de tussentijd leren wij hoe we naar het vaarschema moeten kijken en hoe het werkt.
Meteen zien we dat de laatste overtocht op onze route ook echt de laatste is. De laatste van de dag en de laatste van het seizoen. Bovendien wordt het nog een beetje racen om hem te halen maar dat lukt uiteindelijk glansrijk. Op de pontveren ga ik af en toe naar buiten om wat plaatjes te schieten en dan blijkt er toch een vrij straffe koude wind te staan. Warmer dan een graad of 6 is het niet, maar het deert mij niet. De eerste tunnels komen we ook tegen en dat is ook weer even wennen. Matig tot slecht verlicht, vrij smal en vaak aan het einde of begin een knik om je even wakker te schudden van de schrik. Al met al zijn we deze dag veel verder gevorderd dan gepland. Maar dat komt door het vroege vertrek en het lange doorrijden dat gezien de pracht geen opgave is.

Om 22.20 rijden we van de laatste boot af en moeten we nog op zoek naar een camping. 
Onderweg worden wij nog vergast op een onemanshow van een vos die op z`n gemak op de weg ligt. Vermoedelijk is het asfalt nog warm van de zon. Hij heeft niet veelzin om op te krassen en loopt langzaam naar de kant van de weg. In de berm gaat hij of zij op een stuk rots staan en laat zich bekijken. Dit alles gebeurt in enkele tientallen van seconden want ik heb niet de tegenwoordigheid van geest om in de ankers te gaan en vaart te minderen om een plaatje te schieten. Jammer, maar bij deze is zijn actie genotuleerd en kunnen wij hem niet vergeten.

De camping vinden wij om 23.05!! bij klaarlichte dag in Reipå.
Het blijkt meer de fraaie achtertuin van een huis met wat hytter dan een camping. Zo rustig mogelijk maken wij kwartier maar na een paar minuten staat er een aardige oude dame achter ons die slechts Noors spreekt en dat is wat lastig. We begrijpen dat we onze gang kunnen gaan en morgen zullen we de zaak afhandelen. Ook hier zijn de voorzieningen weer uitstekend te noemen. Ietwat eenvoudig maar zeer netjes onderhouden.
Bij het wakker worden blijkt het een beetje te hebben geregend en mijn slippers staan vol ijskoud water. Geen probleem want die worden wel warm onder de dusj. Terwijl ikzelve in de keuken mijn stukkie zit te typen ruimt mijn maatje Sonja de bus in.
De foto`s zijn overgezet naar de goocheldoos, de koffie is op en dus is het tijd om de weg weer op te gaan richting Narvik. Nabij Bodø in Saltstraumen zullen we gaan kijken naar de beroemde vloedgolf die daar iedere zes uur op spectaculaire wijze passeert. We zijn benieuwd. 

                                                                       Maandag 7 juni 

We vertrekken pas om half elf omdat wij laat opstaan en geheel op ons gemak ontbijten, douchen en het vorige stukkie tikken. Opnieuw worden wij getroffen door de schoonheid van het landschap op deze route. Het weer is redelijk, een beetje wisselvallig maar daar heb je in een auto weinig last van. Voordat we het weten zijn we bij die Saltstraumen en al rijdende vragen wij ons af of wij naar het schouwspel zullen kijken of niet. De overweging dat we dan een uurtje of vier hier blijven, trekt ons niet en omdat wij dit punt ook op de terugweg tegen zullen komen, besluiten we het uit te stellen. We rijden dus door via Bodø en bij Fauske draaien we de E-6 op. Hier bevindt zich het midden van die E-6 en daar eten wij onze reeds vanmorgen gemaakte cup a groentesoep met croutons die geen crouton meer zijn.

De E-6 is veel minder spectaculair dan de 17 hoewel er best wat te genieten valt. We stomen op naar Bognes waar wij weer gebruik moeten maken van een veerpont die ons overzet naar Skarberget. Van daar is het nog 80 km. naar Narvik. In het plaatsje, zeg maar vlek, Fossbakken meldt zich een camping op de kaart en die zoeken we op. Vanwege een manke toestand in de sanitaire voorzieningen kunnen we daar echter niet terecht. Een tiental minuten verder ontwaren wij de camping Solbakken.

Daar vinden wij voor Nok 250,= onderdak in een hytte. Naast ons blijkt een Groninger, Wim genaamd, te huizen die hier op een V-Twin Kawa is. Contact is dus snel gemaakt vooral als er overeenkomsten blijken qua werk en nog wat andere zaken. Omdat wij nog moeten koken en hij alleen brood heeft, vragen wij hem met ons mee te eten.
Het wordt een variatie van pasta met vis die wonderwel slaagt. Kant en klare dillesaus, uitje en knoflook in de bakpan, drie blikken rode zalm en wat dille, peper en zout. Het smaakt prima en gaat helemaal op. Rond de maaltijd bewonderen we nog een vliegende deur in de vorm van een visarend. Hij is wel ver weg, maar de kijker biedt uitkomst.

Wim verhaalt van zijn tocht over de Lofoten en laat op zijn videocamera wat scènes zien. Dat belooft wel wat. Ook heeft hij een vaarschema voor Moskenes naar Bodø en dat is erg handig want daar vaart dus ook niet elk uur of elke dag een boot. We zijn nog 653 km. van de Noordkaap verwijderd volgens de wireless GPS van Wim. Dat is een fantastisch speeltje dat geen centimeter van de weg onbekend laat. Wellicht een volgend hebbeding op de lijst van zaken die wij reeds tot ons ijdele bezit mogen rekenen. Het wordt hier niet meer donker en omdat het nou eenmaal zo hoort gaan we naar bed. Morgen proberen we de rest te rijden want voor overmorgen is er goed weer voorspeld en dan kunnen we de wandeling naar de echte kaap maken. Deze dag niet zoveel te verhalen en ik heb ook niet zoveel foto`s gemaakt. Het kan niet elke dag feest zijn, zelfs hier niet.

Het enige vermeldenswaardige is alweer de ontmoeting met een vos vandaag. Vanmorgen stond er langs de weg een beest waarvan ik eerst dacht met een veelvraat van doen te hebben. Hij keek ons recht aan en pas toen hij wat bijdraaide om er vandoor te gaan zagen we z`n typische vossenstaart. Ook deze leek te willen zeggen dat wij maar op moesten krassen in plaats van hij en met duidelijke tegenzin ging hij een stukje opzij. Na de eerste ontmoeting had ik nu de camera wel bij de hand. Ik reed al stapvoets en nu kwam het er op aan aan de andere kant uit te stappen. Omdat ik op de weg stond, leek het mij raadzaam om de alarmlichten aan te doen. Dat was ook het alarmsein voor hem en met gezwinde spoed repte hij zich heen. Geen foto dus, maar ook deze vos is hierbij genotuleerd. 

                                                                          Dinsdag 8 juni 

Vandaag zijn we vroeg op. Om kwart over vijf zijn er de eerste tekenen van leven. Als alle taferelen weer de revue zijn gepasseerd, zitten we om kwart over zeven in een rokende auto. Ik ben zachtjes de camping afgereden met de motor uit, zo schuin loopt het af, en laat hem aanslaan op z`n snelheid. Niet voorgegloeid dus en de achtergeblevenen, waaronder een stel Duitsers maar die weten van wanten, worden zo ongeveer uitgerookt.
We hadden al besloten om vandaag de ruk naar de Noordkaap te maken. Dat lukt met gemak, want ondanks de regelmatige fotostops zijn wij rond 17.00 uur op de plek des onheils. De vrees geen rendieren te zullen zien, wordt niet bewaarheid, integendeel. We zien er steeds meer en veel jonkies. De foto`s spreken voor zich. Nu pas zie ik door wat voor formidabel landschap ik verleden jaar ben gereden. Het was toen zulk slecht weer dat ik eigenlijk niets van de omgeving heb kunnen waarnemen.

Nu is na een natte start het weer steeds beter geworden en op de Noordkaap schijnt de zon door een regelmatig wolkenpatroon. In de verte zitten er ook zware wolken en die brengen ons wat later nog sneeuw. Ook onderweg was het vóór Alta weer prijs met de sneeuw en het toeval wil dat dit verleden jaar ook zo was. Na Alta wordt het weer dus steeds beter en gelukkig heb ik op tijd de oude Canon uit z`n koffer gehaald. Voor het telewerk is dat toch veel beter dan de digitale die op zijn beurt weer een enorm groot gebruiksgemak biedt.
Op de Noordkaap ligt behoorlijk wat sneeuw en als mijn reismaatje mij op een bal wil trakteren zakt ze plotseling tot de knieën weg. Dat is pech, bal weg! Na het bekijken van de zeer fraaie film in de filmzaal kijken wij buiten nog naar wat wilde luchten en worden verrast door een show van drie legerhelikopters. De mannen moeten blijkbaar wat brandstof opstoken en dat doen zij door fraaie manoeuvres uit te voeren. Zij zijn duidelijk van plan om die zonnegluurders eens wat te laten zien. Daarna gaan wij op weg naar een plaatsje wat verder op de kaap. Een schitterende weg met aan beide zijden nog volop sneeuw voert ons er naar toe.

Gjesvaer
heet het gehucht en het levert samen met de mini-eilandjes ervóór weer prachtige plaatjes op samen met de wolken en de zon. Rond acht uur gaan wij naar Camping Kirkeporten waar ik verleden jaar ook ben geweest in de hoop een bordje rendier te kunnen nuttigen. Dat blijkt er deze keer niet in te zitten. De baas is alleen en houdt de keuken dicht. Dan ga ik zelf maar aan de slag met Mexicaanse rijst, uien, knoflook, gehaktballetjes, peper, zout en sambal.
Een flinke toef tijm leukt de boel nog verder op. Daarbij weer een zakje kroepoek en als toetje wat appel-abrikozencompote van mijnheer Heijn. Samen met een potje koffie, want de drank is in de ban, overleven we deze barre omstandigheden wel weer.

Vanavond gaan wij proberen de Midzomernachtzon een bezoek te brengen. Het is wat bewolkt maar wellicht hebben we geluk. Morgen zullen we bekijken hoe het weer is en of wij de wandeling naar Knivskjelodden (op 71.08.00) waar de echte Noordkaap (de onechte ligt op 71.10.21) ligt, zullen maken. Zo niet, dan gaan wij op pad naar Karasjok en verder. Tijd hebben we genoeg want door onze snelle manier van reizen hebben we al twee dagen ingelopen op de planning. Er is echter nog zoveel te zien dat wij vermoedelijk aan een jaar nog tekort hebben om alle moois te bekijken in dit enorme land.

We zijn net terug van wat de Midzomernachtzon heet. De grap is natuurlijk dat op 21 juni de koperen ploert niet meer onder de horizon zakt maar daar net boven blijft hangen. Dit dan gezien vanaf een bepaalde positie op de Noordkaap. Daarbij is bij een goede staanplaats de truc compleet als je die zon dan in het bolletje van het symbool ziet zitten. Het is een vreemd schouwspel om enige honderden mensen heen en weer te zien drentelen tot het moment suprème. Deze keer zal dat een uurtje later zijn vanwege de zomertijd. Wij wachten daar niet op want vanwege de bewolking valt er weinig te zien. De massa blijft drentelen en wij gaan lekker slapen. Op ons gemak rijden wij terug langs de rendieren met hun kleintjes en gaan plat. Straks zal de kudde rendieren op twee benen of vier wielen van de kaap komen hollen maar daar zullen wij geen weet van hebben. Klaas Vaak heeft zijn goede werken dan al voor ons verricht.

 

  


 

 









                                                                            Volgende
                                                                                terug naar boven

 

                Noordkaap 2004
 






 










Home
Motoren
FJR 1300a
De Zwerfbus
De Fotografie
Alblasserwaard
De Biesbosch
Garmin GPS
De Reus
Fotocollages
Raffinaderij
Korte Trips
      Wadden Vogeltrip    
      Vogeltrip Den Helder
      Kraanvogels lac du Der
      Fochteloërveen juni `13
Nuttige Links
CONTACT

 








Mijn Foto`s Natuur
Mijn Foto`s Molens
Mijn Foto`s Landen
Mijn Foto`s Steden
Mijn Foto`s Vogels
Mijn Foto`s Macro
Mijn Foto`s Paddenstoelen

Noordkaap 2003
Noordkaap 2004
Noorwegen 2006
Runde (N) 2011
Noorwegen 2014
Sicilië 2004-10pag.
Sicilië 2009
Gibraltar 2006
Dolomieten 2005
Italië 2002
San Juan 2007
Spanje 1997
PortugalZes Romereizen
Engeland-Ierland-Schotland
Italië 2016
 

                                                                                         Week 1Week 2Week 3Week 4Week 5